Programmacoördinator Roel van Gerwen neemt afscheid
In de regio werd al volop geëxperimenteerd, maar met de komst van het Klimaatakkoord ontstond er behoefte aan een landelijk veenweideprogramma. Roel van Gerwen hielp dat programma in de benen en zwaait nu af als programmacoördinator van VIPNL. Tijd voor een gesprek.
“Dat er zo goed wordt samengewerkt tussen zoveel mensen om de klimaatdoelen te halen, dat maakt me wel trots”
De handtekeningen onder het klimaatakkoord waren nauwelijks droog toen de Covid-pandemie uitbrak. Roel van Gerwen had als programmamanager van het Noord-Hollandse veenweideprogramma (Innovatieprogramma Veen) meegedacht aan de klimaattafel veenweide, zat ineens thuis en had tijd genoeg. Hij besloot om maar meteen aan een voorstel voor een landelijk veenweideinnovatieprogramma te beginnen. Die behoefte was er: er gebeurde dan wel van alles in de verschillende veenweideregio’s, dat was erg regionaal en weinig samenhangend. Terwijl nog grotendeels het inzicht ontbrak hoe in veenweidegebieden de klimaatdoelen gehaald konden worden en wat onder welke omstandigheden het beste werkt.
Roel zocht partners in het Groene Hart en Noord-Nederland en zette samen met Frank Lenssinck (Veenweiden Innovatiecentrum) en Hans van der Werf (Friese Milieu Federatie) de eerste contouren van VIPNL op papier.
Bouwen aan een netwerk
Tijdens de laatste VIPNL-dag op 4 september 2025 zaten er honderd mensen in de zaal, en dat maakt hem toch wel het meest trots, zegt Van Gerwen: de samenwerking die is ontstaan tussen programmapartners, onderzoekers, het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden (NOBV) en alle andere relevante partijen.
Dat betekende dat in 2021, bij de start van het programma, alles nog moest worden opgebouwd: financiering, een programma en het betrekken van de juiste mensen. Van Gerwen vond het daarbij belangrijk om onderzoekers in het juiste spoor mee te krijgen. “Je moet durven je hele onderzoek om te gooien als het nodig is. Innovatie werkt in dat opzicht echt anders dan regulier onderzoek, waarin je vooraf bepaalt hoe je onderzoek eruitziet van begin tot eind. Bij innovatie ga je experimenteren, en als dat niet werkt ga je je experiment aanpassen. Dat is ook regelmatig gebeurd, in het thema natte teelten bijvoorbeeld. Sommige teelten zijn afgevallen, andere toegevoegd.”
Daarbij was het een bewuste keuze om relevante partijen zoals de markt, experts, ervaringsdeskundigen, etc. in elk afzonderlijk thema actief te betrekken, via een begeleidingscommissie. “De begeleidingscommissie heeft een adviserende rol, maar geen sturende rol, er zitten mensen in die er verstand van hebben en kritische vragen stellen. Die heb je nodig om uiteindelijk te komen tot praktisch werkbare en gevalideerde maatregelen die de overheid kan benutten om maatregelen op te schalen.”
Praktische benadering
Van Gerwen heeft altijd die praktische blik gehanteerd: het moet in de praktijk werken. Dat betekent dat maatregelen bij boeren, die voor hun boterham afhankelijk zijn van het land, in het verdienmodel passen. Het betekent ook dat de afzetmarkt voor producten van nieuw landgebruik nu al worden meegenomen. “Neem het gebruik van lisdodde in isolatiemateriaal. Je hebt eigenlijk een geheel nieuwe marktketen nodig in een sector die nu niet duurzaam is. Als je natte teelten serieus neemt, moet je ook daaraan gaan werken.”
De grootste uitdaging voor de toekomst is ook praktisch van aard, denkt Van Gerwen: “Hoe ga je handhaven dat het langjarig beheer van maatregelen op de juiste manier uitgevoerd wordt? Als je je waterinfiltratiesysteem niet onderhoudt, dan is er geïnvesteerd en misschien wel subsidie verleend, maar haal je alsnog je klimaatdoel niet. Je hebt echt een autoriteit nodig die hierop handhaaft.”
Hij ziet daarbij kansen voor de collectieven. “Collectieven staan het dichtst bij de boer. Je ziet in Noord-Holland al hoe dat goed werkt: hier adviseert onze proeftuintrekker Martine Bijman namens collectief Water Land & Dijken boeren over maatregelen, ze vraagt maatregelen aan en regelt dat boeren ermee aan de slag kunnen. Het wordt een grote uitdaging om de uitrol te laten lukken, maar daarom ben ik ook blij met onze proeftuintrekkers die echt met de voeten in het veen staan.”
Roel van Gerwen gaat aan de slag als landschapsarchitect bij het Rijksvastgoedbedrijf onder andere om te werken aan urgente defensieopgaven. Maar hij zal het veenweidedossier met meer dan gemiddelde interesse blijven volgen!
Een vervanger voor Roel wordt gezocht. Zijn taken worden voorlopig waargenomen door Arnoud de Vries van Natuurlijke Zaken: Arnoud de Vries



