Terugblik webinar Veenweidesloot van de Toekomst
Op dinsdag 30 juni organiseerde het project Veenweidesloot van de Toekomst (VeeST) een webinar over de tussenrapportage van het onderzoek. Bijna 130 agrariërs, waterschappers, beleidsmakers en onderzoekers uit het hele veenweidegebied schoven virtueel aan. Onder leiding van Pui Mee Chan (STOWA) namen drie onderzoekers de deelnemers mee in de eerste resultaten van twee jaar veldwerk, en beantwoordden vragen uit de chat.
Weinig waterplanten, veel slib
Michiel Verhofstad (FLORON) opende met de stand van de vegetatie. In de meeste van de bijna tweehonderd onderzochte sloten komen maar één of enkele soorten waterplanten voor, en scoort de ecologische kwaliteit daardoor onvoldoende. Op de oever staat wel vegetatie, maar de zone met moeras- en oeverplanten is vaak maar enkele decimeters breed. Juist een bredere oeverzone blijkt samen te hangen met meer plantensoorten en meer stabiliteit.
Debby van Rotterdam (NMI) liet zien wat daaronder zit. Gemiddeld ligt er zo’n 85 centimeter slib op de bodem van de onderzochte sloten en vertoont 95 procent van de oevers onderholling: dun, veraard veen dat onder de waterlijn is weggespoeld terwijl de oever er bovengronds nog intact uitziet. Uit dat slib komen fosfor en ammonium vrij die de terugkeer van waterplanten juist bemoeilijken, een vicieuze cirkel waar het onderzoeksteam nog dieper in zal duiken.
Baggeren en maaien: minder is vaak meer
Uit de praktijkproeven is de voorlopige conclusie dat te vaak baggeren averechts werkt: het verbetert de waterdiepte, maar verwijdert ook de laatste waterplanten. Terughoudend beheer, zoals minder maaien en vegetatie laten staan, leidt op meerdere plekken tot meer oeverplanten en soms tot stabielere oevers. Maar de uitkomsten verschillen sterk per gebied. Sommige sloten groeien na jaren zonder onderhoud nauwelijks dicht, andere juist snel. Volgens de onderzoekers is er dan ook geen vaste richtlijn: wat werkt hangt af van bodemtype, slibsamenstelling, de toestand van de sloot, en de doelen voor een gebied.
Signalen uit de praktijk
Erik Jansen (VIC) deelde de opbrengst van werksessies met waterschappers, boeren en loonwerkers. Iedereen herkent dat het niet goed gaat met de veenweidesloot, maar generieke regels sluiten vaak niet aan op de praktijk. Deelnemers pleitten voor maatwerk per gebied, met concrete afspraken tussen boer en waterschap over doelen en beheer. Ook riepen zij op om terughoudend beheer serieus te belonen in de legger en de schouw.
Tijdens de vragensessie kwamen onder meer de rol van rivierkreeft, de oriëntatie van oevers en verschillen tussen veentypen aan bod. Duidelijk werd dat er zelden één simpele verklaring is: meestal spelen meerdere factoren tegelijk een rol.
Vervolg
Het onderzoek loopt door tot eind 2026. Dan volgen een eindrapportage en een symposium in december, waarin de resultaten en een praktisch stappenschema worden gepresenteerd. Ook wordt gewerkt aan een ANB-pilot waarin boeren, waterschappen en experts samen in het veld ervaring opdoen met de vertaling naar de praktijk.
Kijk de opname van het webinar terug (webinar start op 6:03)
Lees meer in de Themasheet VeeST



