Binnen het VIPNL-thema Weide en Water is in april 2026 in Zegveld een proef gedaan om te bepalen welke schade er optreedt aan de graszode en de grasopbrengst als het waterpeil wordt verhoogd. Er zijn stroken gemaakt met verschillende gradaties van vernatting (niet, medium en zwaar vernat). Op alle stroken is de insporing gemeten met een koeienpootmeter, de draagkracht met een penetrometer en het bodemvocht, een goede indicator van draagkracht.

Vervolgens is dwars op de stroken gekeken wat er gebeurt bij het betreden door koeien (er zijn stroken niet betreden, 2x betreden en 4x betreden) en het berijden door machines (er zijn stroken niet bereden, bereden door tractor met lichte aanhanger en met zware aanhanger). De schade is gemeten, en twee tot drie weken later wordt ook de grasopbrengst gemeten.

Momenteel is de vuistregel dat de draagkracht minimaal 0,7 megapascal moet zijn om geen schade te krijgen door koeien of machines. Met deze proef willen we kijken of dat getal klopt, bij welk getal er daadwerkelijk schade optreedt, en hoe groot die schade dan precies is.

Met de resultaten van deze proef wordt het model verfijnd dat een melkveebedrijf in het veenweidegebeid simuleert. De overheid kan op basis van dit model bepalen hoeveel subsidie of vergoeding er nodig is als veenweideboeren hun waterpeil verhogen, om de verminderde grasopbrengst te compenseren.

De proef is uitgevoerd in het kader van VIPNL, thema Weide en Water, in opdracht van Landschap Noord-Holland, door Wageningen UR en het Louis Bolk Instituut.