Wat doen we binnen VeeST?
VeeST is in 2023 van start gegaan met een verkenningsfase. Dit leidde tot een bundeling van bestaande kennis, data en kennishiaten en vormde ook de basis om de uitvoeringsfase (2024 – 2026) van het onderzoek gericht vorm te geven. In het rapport van de verkenningsfase lees je over verschillende sloottypen in het veenweidegebied, krijg je een overzicht van de huidige kennis over onder meer de effecten van beheer op water- en oeverplanten en over wat we al weten van de stabiliserende werking van oeverplanten op de oeverstabiliteit.
De uitvoeringsfase van het onderzoek richt zich op het hele agrarisch beheerde veenweidegebied in Nederland en omvat drie werkpakketten:
- Inventarisatie van honderden veenweidesloten (WP1);
- Experimenten waarin regulier beheer wordt vergeleken met extensief beheer (WP2);
- Verankering in de praktijk door samen met de praktijk te leren, door bredere bewustwording en door kennisdeling (WP3).
Veldonderzoek
Inmiddels zijn er (eind 2025) ongeveer 200 sloten onderzocht. 172 Sloten zijn eenmalig geïnventariseerd (WP1) en in 25 sloten worden meerdere experimentele behandelingen gemonitord (WP2).
Experimenten
In 25 sloten, verspreid over 6 deelgebieden lopen sinds begin 2024 beheerexperimenten. Met ‘beheer’ bedoelen we het maaien van oevers en perceelranden, bemesten, verwijderen van slootvegetatie, baggeren en uitrasteren van vee. In de experimenten wordt binnen elke sloot één deel ‘normaal’ beheerd en één deel minimaal beheerd. Het deel met minimaal beheer wordt vanaf de insteek (1,5 tot 2 m uit de waterlijn) afgerasterd om het vee uit de kant te houden. Daarnaast doen we ‘niets tenzij dat noodzakelijk is’. Noodzakelijk, bijvoorbeeld omdat het nodig is de vegetatie in de sloot te verwijderen in verband met water af- en aanvoer. Op enkele locaties liggen aanvullende behandelingen zoals het verwijderen van kreeft (3 locaties) en een natuurvriendelijke oever (1 locatie).
Metingen
Voor elke sloot wordt heel gedetailleerd informatie verzameld over de vegetatie, de omstandigheden en het beheer. In figuur 1 tref je een visualisatie van de verschillende zones in een sloot. We maken volledige inventarisaties van de vegetatie in alle zones, in een traject van 100m. Daarnaast noteren we in alle zones de dominante plantensoorten en wordt de bedekking van verschillende typen planten (groeivormen) geschat. Ook bepalen we hoeveel vegetatie er is, hoe hoog, met welke structuur en bedekking. Aan de hand van vegetatie wordt vastgesteld hoe breed de verschillende oeverzones zijn.

Figuur 1. Zonering van de veenweidesloot vanuit VeeST. Boven: Bovenaanzicht, Onder: zijaanzicht/dwarsdoorsnede.
Van elke sloot wordt het hele profiel vanaf de insteek (overgang zone 3-4 figuur 1) ingemeten, inclusief de baggerdikte en eventuele onderholling. De bodemopbouw wordt bepaald en van oever tot perceel wordt de draagkracht tot 80cm diepte gemeten. Daarnaast wordt de samenstelling van het water, het slib en de bodem op de oever op twee dieptes (0-25cm en 25 – 50cm) gemeten.
Van elke sloot wordt bij de beheerder nagegaan wat het beheer is geweest in de afgelopen 5 jaar. Dit omvat beweidingsdruk, maai- en baggerbeheer van de sloot en maaibeheer van oever en perceel. Daarnaast wordt bij het waterschap nagegaan wat de praktijkpeilen zijn en hoeveel variatie hierin wordt gemeten/toegelaten.
Gegevens
Alle data wordt op een gestandaardiseerde manier verzameld. In een grote database wordt per meetpunt alle data (gecategoriseerd als gebiedskenmerken, vegetatie, omstandigheden en beheer) opgeslagen. Dit maakt het mogelijk om de data aan elkaar te koppelen, te analyseren en verbanden te gaan begrijpen.
Verankering in de praktijk
Begin 2025 is in drie werksessies samen met waterschappers, agrariërs, agrarische collectieven en loonwerkers gesproken over veenweidesloten. Eén werksessie was met medewerkers van waterschappen, één met agrariërs, medewerkers van agrarische collectieven en loonwerkers en tenslotte een werksessie met deze groepen samen. Het doel hiervan was om de problematiek rond veenweidesloten te agenderen, om kennis te delen en om ervaringen op te halen. De resultaten hiervan worden in het vervolg van het project gebruikt.