Compensatie peilverhoging: Valuta voor Veen vs. CSV

Om peilverhogingen in het veenweidegebied financieel te kunnen compenseren, zijn verschillende methodieken in gebruik, zoals de Valuta voor Veen-methodiek voor CO2-verwaarding en de Compensatie Systematiek Veenweide. Weusthuis en Partners onderzochten voor VIPNL de verschillen en overeenkomsten tussen beide methodieken en de mogelijkheid om beide gelijktijdig of aanvullend op elkaar in te zetten.

De methodieken

Compensatie Systematiek Veenweide (CSV) is onderdeel van de gebiedsaanpak van de Friese veenweidegebieden. CSV berekent welke schade agrariërs ondervinden van een hoger waterpeil, zoals verlies aan inkomen en grondwaarde. Op basis daarvan wordt een compensatie bepaald, bij voorkeur in de vorm van grond en anders in geld. CSV is ontwikkeld voor de Friese situatie. Momenteel wordt bekeken of deze ook ingezet kan worden buiten Friesland.

Bij Valuta voor Veen (VvV) verhogen grondeigenaren vrijwillig het waterpeil om de CO₂-uitstoot uit veen te verminderen. De verminderde CO₂-uitstoot wordt berekend en omgezet naar verhandelbare CO2-certificaten. Deze certificaten kunnen op de vrijwillige koolstofmarkt worden verkocht. De looptijd van een Valuta voor Veen-project is 10 jaar. Belangrijke randvoorwaarde bij VvV is dat de voorgenomen maatregelen niet op een andere manier tot stand zouden komen; het moet additioneel zijn.

Verschillen en overeenkomsten

Onderstaande tabel geeft overzichtelijk weer hoe beide methodieken zich tot elkaar verhouden.

Onderlinge relatie

CSV en VvV zijn elk afzonderlijk goed toepasbaar, maar hebben elk een andere intentie:

  • VvV is aanjager, het duwtje in de rug om klimaatpositieve projecten op gang te brengen of verder te brengen;
  • CSV is een permanente oplossing en afspraak voor een heel gebied, met een collectief van eigenaren, gebruikers en betrokkenen.

Wel of geen gebiedsproces

Voor grondeigenaren in veenweidegebied die géén onderdeel zijn van een gebiedsproces en wel klimaatpositieve maatregelen willen nemen door vrijwillige peilverhoging, is VvV de enige optie. In geval van een gebiedsproces zal, waar het agrarisch bestemde grond betreft, doorgaans gekozen worden voor CSV. Zodra er zicht is op CSV, zal VvV waarschijnlijk niet worden gestart omdat het additioneel moet zijn. VvV is daarmee vooral inzetbaar als impuls zolang er geen zicht is op gebiedsafspraken of als extra plus op bestaande afspraken (zoals CSV). Precies waar het ook voor is bedoeld.

Er kan bij toeval samenloop ontstaan tussen CSV en VvV, bijvoorbeeld als iemand al een VvV-compensatie krijgt, en er vervolgens toch een gebiedsproces start. Maar omdat de gemiddelde opstarttijd van een gebiedsproces nogal lang is, zal er meestal maar beperkte overlap zijn. En VvV heeft altijd een maximale looptijd van 10 jaar. Wanneer na 10 jaar opnieuw een VvV-project wordt gestart, is de dan geldende situatie het uitgangspunt.

Zie het volledige onderzoeksrapport ‘Vergelijking CSV en SNK-methodiek’