Kansen voor CO2-verwaarding op bedrijfsniveau in de melkveehouderij

Koolstofverwaarding kan melkveebedrijven in het veenweidegebied ondersteunen bij een extensievere bedrijfsvoering. CO2 die minder wordt uitgestoten of vastgelegd, kan worden omgezet in koolstofcertificaten (verwaarding) en zo een aanvullende of vervangende inkomstenbron vormen.

Echter nog niet alle maatregelen om broeikasgassen te reduceren of vast te leggen kunnen worden vertaald naar koolstofcertificaten. Bovendien lijkt het efficiënter om al deze verschillende vormen te bundelen tot één methodiek op bedrijfsniveau. CLM Onderzoek en Advies onderzocht in opdracht van VIPNL potentiële aanvullende vormen van koolstofverwaarding, of deze met elkaar op één bedrijf zijn te combineren en of de bestaande KringloopWijzer hiervoor ingezet kan worden.

Aanvullende methoden

Verkend is op welke manieren, naast de bestaande methodieken van de Stichting Nationale Koolstofmarkt (SNK), een melkveehouder op bedrijfsniveau de broeikasgasuitstoot kan verminderen. Vervolgens is gekeken of deze voldoende reductie opleveren.

Op bedrijfsniveau vormt methaanemissie een groot deel van de broeikasgasemissies vanuit de melkveehouderij. Vooral het terugdringen van methaanemissie als gevolg van pens- en darmfermentatie en methaanemissie uit de mestopslag zijn interessante maatregelen. Alle overige emissiebronnen vormen een beperkt deel van de emissies vanuit de melkveehouderij.

Niet alle effecten van de onderzochte maatregelen zijn (op dit moment) goed te kwantificeren. Dit kan zowel komen doordat het vastleggen van de benodigde data op het bedrijf complex is, en/of doordat de emissiefactoren onzeker zijn. Een beperkt deel van de benodigde data kan uit de KringloopWijzer worden gehaald. Voor het resterende deel moet gezocht worden naar andere betrouwbare bronnen of meetmethoden.

Combineren van meerdere methodieken op één bedrijf

Op basis van de SNK-methodieken en verkende andere maatregelen voor opslag en reductie van CO2 op een melkveebedrijf, is een theoretische benadering gemaakt van het aantal te verkopen koolstofcertificaten. Dit is gedaan voor drie bedrijfstypen:

  1. Melkveebedrijf: melkveebedrijf op veengrond met alleen (kruidenrijk) grasland en een huidige grondwaterstand van circa 50 cm onder maaiveld.
  2. Hoogwaterbedrijf: melkveebedrijf met (zeer) verhoogde grondwaterstand van circa 20 cm onder maaiveld.
  3. Natuurboerderij: melkveebedrijf met (zeer) verhoogde grondwaterstand van circa 20 cm onder maaiveld en vijf hectare teelt van biobased bouwmaterialen.

Voor elk bedrijfstype zijn de relevante methodieken vastgesteld en is berekend wat de potentiële opbrengst aan CO2-certificaten per jaar is. Een samenvatting is weergegeven in onderstaande tabel.

Tabel 1. Indicatie van jaarlijks te verkrijgen koolstofcertificaten (van 1 ton CO2-eq.) en de opbrengst hiervan in euro’s, uitgaande van een prijs per certificaat van € 100.

De analyse toont aan dat de totale waarde van de certificaten een substantiële bijdrage kan leveren aan het bedrijfsinkomen. Het is een eerste theoretische benadering die in een vervolgonderzoek meer moet worden uitgediept. Zo is de praktische haalbaarheid van de bedrijfsvoeringen in combinatie met SNK-methoden niet onderzocht en zijn de meerkosten van de maatregelen niet volledig in beeld gebracht.

Relatie KringloopWijzer en SNK-methodieken

Naast het ontwikkelen van aanvullende methodieken is gekeken of en hoe bestaande methodieken eenvoudiger toegepast kunnen worden. In dat kader onderzocht CLM of en op welke manier de KringloopWijzer verband houdt met de SNK methodieken ‘Valuta voor Veen’ en ‘Blijvend grasland op minerale gronden’. Het lijkt erop dat de KringloopWijzer benut kan worden. Wel moet hier en daar extra informatie worden aangeleverd en aanvullende werkzaamheden worden uitgevoerd. Dit wordt in het vervolg op het CLM-onderzoek verder uitgewerkt.

Vervolg

We hopen te komen tot een methodiek op bedrijfsniveau die zoveel mogelijk aansluit bij bestaande systemen en databases zoals de KringloopWijzer. De verkenning laat zien dat er voldoende potentie is om op bedrijfsniveau koolstofcertificaten te verkrijgen. De vraag is of de baseline, het effect en de additionaliteit van de maatregelen voldoende onderbouwd kunnen worden volgens de SNK-vereisten. In een vervolgonderzoek kijken we naar de haalbaarheid van een methodiek op bedrijfsniveau.

Bekijk hier het volledige onderzoeksrapport ‘CO2-verwaarding melkveehouderij, mogelijkheden in veenweidegebieden’

 

 

Compensatie peilverhoging: Valuta voor Veen vs. CSV

Om peilverhogingen in het veenweidegebied financieel te kunnen compenseren, zijn verschillende methodieken in gebruik, zoals de Valuta voor Veen-methodiek voor CO2-verwaarding en de Compensatie Systematiek Veenweide. Weusthuis en Partners onderzochten voor VIPNL de verschillen en overeenkomsten tussen beide methodieken en de mogelijkheid om beide gelijktijdig of aanvullend op elkaar in te zetten.

De methodieken

Compensatie Systematiek Veenweide (CSV) is onderdeel van de gebiedsaanpak van de Friese veenweidegebieden. CSV berekent welke schade agrariërs ondervinden van een hoger waterpeil, zoals verlies aan inkomen en grondwaarde. Op basis daarvan wordt een compensatie bepaald, bij voorkeur in de vorm van grond en anders in geld. CSV is ontwikkeld voor de Friese situatie. Momenteel wordt bekeken of deze ook ingezet kan worden buiten Friesland.

Bij Valuta voor Veen (VvV) verhogen grondeigenaren vrijwillig het waterpeil om de CO₂-uitstoot uit veen te verminderen. De verminderde CO₂-uitstoot wordt berekend en omgezet naar verhandelbare CO2-certificaten. Deze certificaten kunnen op de vrijwillige koolstofmarkt worden verkocht. De looptijd van een Valuta voor Veen-project is 10 jaar. Belangrijke randvoorwaarde bij VvV is dat de voorgenomen maatregelen niet op een andere manier tot stand zouden komen; het moet additioneel zijn.

Verschillen en overeenkomsten

Onderstaande tabel geeft overzichtelijk weer hoe beide methodieken zich tot elkaar verhouden.

Onderlinge relatie

CSV en VvV zijn elk afzonderlijk goed toepasbaar, maar hebben elk een andere intentie:

  • VvV is aanjager, het duwtje in de rug om klimaatpositieve projecten op gang te brengen of verder te brengen;
  • CSV is een permanente oplossing en afspraak voor een heel gebied, met een collectief van eigenaren, gebruikers en betrokkenen.

Wel of geen gebiedsproces

Voor grondeigenaren in veenweidegebied die géén onderdeel zijn van een gebiedsproces en wel klimaatpositieve maatregelen willen nemen door vrijwillige peilverhoging, is VvV de enige optie. In geval van een gebiedsproces zal, waar het agrarisch bestemde grond betreft, doorgaans gekozen worden voor CSV. Zodra er zicht is op CSV, zal VvV waarschijnlijk niet worden gestart omdat het additioneel moet zijn. VvV is daarmee vooral inzetbaar als impuls zolang er geen zicht is op gebiedsafspraken of als extra plus op bestaande afspraken (zoals CSV). Precies waar het ook voor is bedoeld.

Er kan bij toeval samenloop ontstaan tussen CSV en VvV, bijvoorbeeld als iemand al een VvV-compensatie krijgt, en er vervolgens toch een gebiedsproces start. Maar omdat de gemiddelde opstarttijd van een gebiedsproces nogal lang is, zal er meestal maar beperkte overlap zijn. En VvV heeft altijd een maximale looptijd van 10 jaar. Wanneer na 10 jaar opnieuw een VvV-project wordt gestart, is de dan geldende situatie het uitgangspunt.

Zie het volledige onderzoeksrapport ‘Vergelijking CSV en SNK-methodiek’

CO₂-verwaarding: eerste inzichten uit de praktijk

Het vastleggen van CO₂ biedt volop kansen voor grondeigenaren en ondernemers. Door CO₂-opslag een waarde toe te kennen, ontstaat ruimte om investeringen terug te verdienen én nieuwe, duurzame verdienmodellen te ontwikkelen. Maar hoe werkt dat in de praktijk?

In het rapport Gebruikerservaringen met SNK-methodieken voor CO2-verwaarding in het veenweidegebied zijn de ervaringen in kaart gebracht van diverse CO2-verwaardingsprojecten; van de eerste aanvraag tot de uiteindelijke uitgifte van certificaten – inclusief alle tussenliggende stappen. Het onderzoek laat zien wat goed werkt én waar verbetering mogelijk is. In het rapport worden vijf emissiereducerende methoden meegenomen, waarvan ‘Valuta voor Veen’ (verhoging grondwaterpeil) voor VIPNL de relevantste is (de andere zijn nieuw bos, blijvend grasland, methaanreducerend veevoer en agroforestry).

Belangrijkste inzichten

Een belangrijke conclusie is dat grondeigenaren intrinsiek gemotiveerd moeten zijn om hieraan mee te doen. CO₂-verwaarding vraagt momenteel namelijk nog veel tijd en inzet, en dus geld. Dat komt doordat de aanvraag ingewikkeld is, de methodes complex zijn, en er voor de betrouwbaarheid veel monitoring en verificatie nodig is. Ook zitten kennis en ervaring vaak bij een beperkt aantal organisaties.

Binnen ‘Valuta voor Veen’ zijn, vooral via Natuur en Milieufederaties (NMF’s), sinds 2018 19 projecten geregistreerd, waarvan er 13 gevalideerd zijn. De methode ‘emissiereductie in veenweide’ bepaalt hoeveel emissiereductie bereikt wordt bij een bepaalde waterpeilverhoging. Daarvoor is wel veel data nodig over het projectgebied. Zo moeten er peilbuizen worden geplaatst die jaarlijks moeten worden uitgelezen. In een eerste verbetering van de methode is een aantal peilbuizen vervangen door gebruik te maken van Somers 2.0 data uit een wetenschappelijk onderbouwd model. Hierdoor zijn de kosten voor monitoring omlaag gegaan.

Aandachtspunt is dat de methode ingewikkeld is, en dat praktijkkennis door vertrek van medewerkers van de NMF’s weer kan verdwijnen.

Wat is nodig om het proces te verbeteren?

Met dit eerste rapport leggen we de basis voor verdere vereenvoudiging, betere communicatie en doorontwikkeling van de methodieken. Met stappenplannen, rekentools en automatisering willen we het proces toegankelijker en sneller maken, en daarmee kostenefficiënter.

Gelukkig gebeurt er al veel. Partijen zoals de Natuur en Milieufederaties bundelen ervaringen, verzamelen praktijkvoorbeelden en ontwikkelen praktische tools.
Alle kennis en hulpmiddelen worden samengebracht in een centraal kennisloket over CO₂-verwaarding.

Benieuwd naar de concrete aanbevelingen per methode en de lessen uit lopende projecten? Lees hier het volledige rapport Gebruikerservaringen met SNK-methodieken voor CO2-verwaarding in het veenweidegebied (pdf).

Start project CO2-verwaarding

VIPNL is gestart met een nieuw thema: CO2-verwaarding Natuur en Landbouw. Het is een initiatief van de gezamenlijke Natuur en Milieufederaties en richt zich op het beter verwaarden van CO2-reductie en -vastlegging in het Nederlandse veenweidegebied.

Waarom dit project?

Veenweidegebieden stoten door veenoxidatie grote hoeveelheden CO2 uit. Door onder andere het grondwaterpeil te verhogen, kan deze uitstoot sterk worden verminderd. Het idee van CO2-verwaarding is om deze reductie meetbaar te maken, te certificeren en te verhandelen via de vrijwillige koolstofmarkt. Hiermee ontstaat een extra inkomstenbron voor boeren en grondeigenaren die inzetten op duurzaam beheer.

Van pilot naar brede toepassing

Het project richt zich op het slechten van knelpunten die nu grootschalige toepassing van CO2-verwaarding belemmeren. Methodes om CO2 te verwaarden zijn erg specialistisch en daardoor voor veel grondeigenaren lastig toe te passen. De kosten voor monitoring zijn nog te hoog.

De focus ligt in dit thema op het ontwikkelen van een methode van CO2-verwaarding die past in het SOMERS-model*, in combinatie met slimmere en minder kostbare monitoring van de resultaten. Daarnaast zal het project zich richten op het aanbieden van kennis en informatie richting grondeigenaren en potentiële kopers van de certificaten. Ook werken we aansluiting bij Europese regelgeving rond CO2-verwaarding verder uit.

Met deze aanpak moet het eenvoudiger worden om projecten op te zetten, certificaten te verkrijgen en te verhandelen, en daadwerkelijk klimaatimpact te realiseren. Met als toekomstbeeld een boer die eenvoudig via een app kan zien hoeveel CO2 hij vastlegt, zijn plan indient, en binnen enkele dagen al weet welke opbrengsten dit kan genereren – financieel én ecologisch.

Samen bouwen aan toekomstbestendig veenweidebeheer

Door CO2-reductie in het veenweidegebied aantrekkelijker en eenvoudiger te maken, draagt het project bij aan de verduurzaming van landbouw en natuurbeheer én aan de nationale klimaatdoelen.

Provincie Fryslân en het kennis- en innovatieprogramma NL2120 zijn aangesloten als projectpartner. Daarnaast werken we nauw samen met vertegenwoordigers van Stichting Nationale Koolstofmarkt, Platform CO2 Neutraal, kennisinstellingen, landbouworganisaties en overheden.

Lees meer over dit thema in de themasheet.

*SOMERS is een model van het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden om de CO2-uitstoot te bepalen.