Kunnen methaanemissies de klimaatwinst van natte teelten op vernatte veengrond tenietdoen?
Wie de CO2-uitstoot in veenweidegebieden omlaag wil brengen, brengt het waterpeil omhoog. Eenvoudig. Maar: worden de omstandigheden erg nat, zoals bij natte teelten, dan komt methaan vrij. Dit broeikasgas is 27 keer sterker dan CO2. Kunnen methaanemissies de klimaatwinst van natte teelten op vernatte veengrond tenietdoen?
Deze ogenschijnlijk simpele vraag heeft een nogal genuanceerd antwoord. Want hoewel methaanemissies een onderdeel zijn van de klimaatimpact van natte teelten, zijn er meer onderdelen. Wanneer op vernatte veengrond biomassa wordt geteeld voor gebruik in de bouw, verandert het landgebruik én de productie en het gebruik van bouwmaterialen. Al die veranderingen bij elkaar zijn van invloed op het totale klimaateffect. Denk bijvoorbeeld aan vermeden CO2-emissies uit veenafbraak door vernatting, vermeden emissies van de productie van niet-biobased bouwmaterialen, emissies die vrijkomen bij de oogst, verwerking en toepassing van de biomassa, of de meerjarige vastlegging van koolstof in biobased bouwmaterialen. Bovendien zijn er verschillen in methaanuitstoot tussen omstandigheden waarin natte teelten plaatsvinden.
VIPNL gaat levenscyclusanalyse updaten
Het klimaateffect van een landgebruiksverandering van melkveehouderij naar natte teelten kan worden ingeschat met een levenscyclusanalyse (LCA). In 2022 is een LCA opgesteld van lisdoddeteelt voor plaatmateriaal. Deze LCA laat zien wat de milieubelasting is van 1 hectare veenweidegebied met lisdodde die verwerkt wordt tot plaatmateriaal. Door dit te vergelijken met huidig landgebruik (melkvee) wordt duidelijk op waar veranderingen van broeikasgasemissies plaatsvinden bij een landgebruiksverandering. Binnen VIPNL gaan we deze LCA bijwerken met nieuwe inzichten en met verschillende teelt–productcombinaties.
Met behulp van een LCA zijn namelijk ook klimaateffectinschattingen te maken voor verschillende situaties. Bijvoorbeeld voor verschillende veenbodems of waterpeilen, of voor verschillende toepassingen van de biomassa zoals isolatiemateriaal of plaatmateriaal van lisdodde. Hoe beter broeikasgasemissies kunnen worden ingeschat voor een bepaalde situatie, hoe betrouwbaarder de LCA.
Onderzoek naar effect van peilfluctuaties op uitstoot
Het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden (NOBV) publiceerde onlangs een studie naar de methaanemissie bij verschillend landgebruik op veengrond, waaronder lisdoddeteelt. In die studie lagen gemeten methaanemissies bij lisdoddeteelt tussen 7 en 12 ton CO2-equivalent per ha per jaar en bleek dat de vegetatiesamenstelling, bodemtemperatuur en grondwaterstand deze emissies beïnvloeden (zie voor meer info NOBV). Om te weten of met maatregelen methaanemissies kunnen worden verlaagd, doet VIPNL in samenwerking met het NOBV onderzoek naar het effect van peilfluctuatie op broeikasgasemissies bij lisdodde. De resultaten van dit onderzoek zijn momenteel nog niet beschikbaar.