Wat laat onderzoek zien over Dynamisch Draadloos Weiden in veenweidegebieden?

Het rapport beschrijft onderzoek naar de inzet van draadloze afrastering (virtual fence) op twee melkveebedrijven in het veenweidegebied, uitgevoerd in 2025 in het kader van project Dynamisch Draadloos Weiden.

Op het ene bedrijf werden eerst uitrasteringsafstanden van 0, 1, 2, 3 en 4 meter vanaf de waterlijn vergeleken. Daarna werd de slootkant op 3 meter afstand uitgerasterd, met open drinkplaatsen van 2, 4, 8 en 12 meter breed. De resultaten laten zien dat het gebruik van de slootkant afnam naarmate de draadloze afrastering verder van de waterlijn werd geplaatst. Bij 2 meter was al sprake van een duidelijke afname in het aantal locaties in de slootkantzone, terwijl bij 3 en vooral 4 meter de zekerheid van uitsluiting verder toenam. Dit bleek uit de locatiedata, de mate van vertrapping, het aantal mestflatten en de visuele beoordeling van de slootkant na beweiding. Tegelijkertijd bleek dat ook bij 4 meter nog incidenteel gebruik van de slootkant voorkwam. De resultaten laten daarmee zien dat draadloze afrastering goed kan worden gebruikt om het gebruik van slootkanten sterk te verminderen, maar dat volledige uitsluiting niet vanzelfsprekend is en afhangt van de gewenste mate van zekerheid. De proeven met drinkplaatsen lieten zien dat een drinkplaats van 12 meter breed onder de onderzochte omstandigheden het duidelijkst door koeien werd gebruikt. Vanwege de ermee gepaard gaande vertrapping is het advies om bij bescherming van slootkanten als hoofddoelstelling, drinkwater aan te bieden via bijvoorbeeld een drinkbak.

Op het andere bedrijf stond de bescherming van greppels als natte, vertrappingsgevoelige delen van het perceel centraal. Daar werd telkens de helft van een greppel uitgerasterd met een breedte van 3 meter aan beide zijden. In de zones dicht langs de greppel werd minder gras weggegeten en minder vertrapping waargenomen wanneer de greppel was uitgerasterd. Op basis van de locatiedata was het koeverkeer in de zones rondom de uitgerasterde greppels gemiddeld 93% lager dan in de niet-uitgerasterde delen. Volledige uitsluiting werd echter niet bereikt. Vooral op de kopakker bleken koeien geneigd om over te steken, waarschijnlijk omdat een greppel voor koeien minder als een duidelijke grens functioneert dan een sloot en omdat zij daar gewend zijn te passeren. Op dit bedrijf is ook gekeken naar diergedrag en dierenwelzijn. Er werden geen eenduidig verklaarbare relaties gevonden tussen dierkenmerken (aantal lactaties, plek in de rangorde, positie in de loopvolgorde ’s morgens naar de wei) en interactie met de draadloze afrastering, mogelijk door de kleine groepsgrootte, namelijk 20 dieren. Het cortisolgehalte in melk was significant hoger één week na de training en in de periode met het afsluiten van de slootkant dan in de andere periodes. Het cortisolgehalte was echter niet gerelateerd aan het aantal geluidssignalen of schokken dat een dier ontving. Op de eerste twee dagen van de training was het aantal ontvangen schokken het hoogst van de hele onderzoeksperiode, maar het cortisolgehalte was hetzelfde als een week vòòr de training. Daarmee past deze proef in het beeld uit eerder onderzoek: er zijn geen aanwijzingen dat de toepassing van draadloze afrastering onder deze omstandigheden nadelig was voor dierenwelzijn.

Draadloze afrastering is bruikbaar om biodiversiteitsdoelen en het beperken van vertrapping te ondersteunen, vooral voor het beschermen van slootkanten. Tegelijkertijd wordt toepassing gevoeliger naarmate de inrichting complexer wordt. Juist daar ligt waarschijnlijk ook de grootste meerwaarde van draadloze afrastering, maar daarvoor zijn verdere ontwikkeling van de software, betere ontwerprichtlijnen en aanvullende praktijkervaring nodig.

Meer weten? Bekijk het volledige rapport: LBI-rapport onderzoek virtual fence, biodiversiteit, vertrapping en dierenwelzijn