Op 29 januari 2026 presenteerde het team van Klei in Veen de resultaten van het onderzoek tot dusver tijdens een goed bezocht webinar. Webinar gemist? Onderaan dit bericht kun je het terugkijken.

Waarom dit project?

In het VIPNL-project Klei in Veen onderzoeken we, in opdracht van het Veenweiden Innovatiecentrum, of het aanbrengen van klei op veenbodems kan bijdragen aan het remmen van veenafbraak en broeikasgasemissies. De metingen worden uitgevoerd door het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden (NOBV).

Wat zijn de inzichten tot nog toe?

De eerste resultaten uit één jaar veldmetingen laten nog geen reducerend effect op broeikasgasemissies zien. Dat betekent echter niet dat er conclusies getrokken kunnen worden over de werking van Klei in Veen: de meetperiode is kort en het effect kan zich pas later manifesteren. Bovendien zijn er nog veel onzekerheden.

Uit eerder laboratoriumonderzoek is bekend dat het effect van klei sterk kan verschillen per combinatie van kleitype en veen, en dat sommige combinaties zelfs een licht emissieverhogend effect kunnen hebben. In het veld wordt daarom eerst onderzocht of kleideeltjes daadwerkelijk de bodem inspoelen, een essentiële voorwaarde voor eventuele werking in de praktijk.

Op twee locaties, Zegveld en Delfstrahuizen, worden verschillende kleitypes en combinaties getest en vergeleken met referentiepercelen zonder klei. Met verplaatsbare meetkamers worden meerdere combinaties van klei en veen zorgvuldig onderzocht, steeds in vergelijking met een referentieperceel zonder extra klei.

Hoe gaat Klei in Veen verder?

Het project Klei in Veen loopt door tot eind 2026, met aanvullende metingen en verdiepend (wetenschappelijk) onderzoek naar de onderliggende processen. Het NOBV blijft broeikasgasemissies monitoren tot en met 2027. Zo bouwen we stap voor stap aan kennis die nodig is voor onderbouwde keuzes in het veenweidegebied.

 

 

Webinar gemist? Bekijk het hier terug!