Boeren op hoog water

Wat is de aanpak?

Het onderzoeksprogramma Boeren op Hoog Water onderzoekt in het veenweidegebied wat verhoging van de grondwaterstand (circa 20 cm in plaats van 50 cm onder maaiveld) betekent voor broeikasgasemissies, bodemdaling en het economisch perspectief van melkveebedrijven. Uit de literatuur blijkt dat een grondwaterstand van circa −20 cm de totale emissie van CO₂, methaan en lachgas minimaliseert. Dit wordt in de praktijk onderzocht door het NOBV, o.a. op de Hoogwaterboerderij van KTC Zegveld.

Op de Hoogwaterboerderij zijn tussen 2020 en 2024 drie bedrijfssystemen systematisch vergeleken: een bedrijf met Holstein Friesians bij hoge grondwaterstand (met waterinfiltratiesysteem), een bedrijf met Holstein Friesians bij lage grondwaterstand (zonder waterinfiltratie) en een bedrijf met Jerseys bij hoge grondwaterstand. Hiermee is naast het effect van de grondwaterstand ook de invloed van het koeienras onderzocht. In de periode 2025–2026 loopt het onderzoek door met twee systemen (Holstein Friesians bij hoge en lage grondwaterstand). Het onderzoek richt zich op onder meer grasproductie, bodem- en waterkwaliteit, broeikasgasemissies, diergezondheid en bedrijfseconomie.

Waarom is het belangrijk?

Nederland heeft in het Klimaatakkoord van Parijs afgesproken om broeikasgasemissies drastisch te verminderen. Een belangrijke stap hierin is het verhogen van de grondwaterstand in het veenweidegebied. Dit lijkt misschien een kleine verandering, maar een hogere grondwaterstand heeft invloed op het gehele bedrijfssysteem van melkveehouders. Daarom onderzoekt het programma Boeren op Hoog Water sinds 2020 een aangepast bedrijfssysteem: een melkveebedrijf met hoge grondwaterstanden.

Wat gebeurt er met de bedrijfsvoering als de grondwaterstand stijgt naar 20 centimeter? En net zo belangrijk: biedt dit voldoende economisch perspectief ten opzichte van een traditionele melkveehouderij met een ontwatering van circa 50 centimeter beneden maaiveld? Kortom, dit onderzoek is cruciaal voor een duurzame toekomst in de Nederlandse landbouw.

CONTACT

Martijn Thijssen (Org-ID)

E-mailadres:
thijssen@org-id.org

  • Martijn Thijssen (ORG-ID)
  • Monique Bestman (Louis Bolk Instituut)
  • Idse Hoving (WUR)
  • Pieter Willem Blokland (WUR)
  • Jeroen Pijlman (Louis Bolk Instituut)
  • Nick van Eekeren (Louis Bolk Instituut)
  • Nyncke Hoekstra (Louis Bolk Instituut)
  • Jasper Beek (KTC)
  • Karel van Houwelingen (KTC)
  • Wim Honkoop (gedelegeerd bij KTC vanuit PPP Agro Advies)
  • VIC
  • NOBV
  • PPP-Agro Advies
  • ORG-ID
  • Louis Bolk Instituut
  • WUR
  • KTC Zegveld
  • Melkveehouder Cees de Jong uit Hoogblokland (voorzitter)
  • NOBV
  • Ministerie LNV
  • provincie Zuid-Holland
  • provincie Utrecht; provincie Overijssel
  • Wetterskip Fryslân
  • Waternet
  • Rijnland
  • Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden
  • Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier
  • Hoogheemraadschap van Rijnland
  • LTO Noord

Voorlopige conclusies en winstwaarschuwing

Na vijf groeiseizoenen (2020-2024) kunnen we concluderen dat het op de Hoogwaterboerderij in Zegveld technisch mogelijk is om een melkveebedrijf te houden bij een grondwaterstand van ca. 20 cm onder maaiveld. Wel is het belangrijk deze resultaten te zien binnen de context voor déze locatie met haar specifieke bodemopbouw, ligging en weersomstandigheden. Ze zijn dus niet zonder meer overdraagbaar naar andere veenweidenlocaties. Alle hieronder vermelde conclusies moeten in dat licht worden bezien.

In 2024 is een belangrijke fase in het vergaren van data afgerond. Onderstaande resultaten zijn gebaseerd op het onderzoek tot en met die fase. De volledige rapportage is hier te lezen: Living Lab Boeren op Hoog Water 2020 – 2024. In 2025 en 2026 worden nog aanvullende data verzameld. Door het vervangen van de Jerseys door Holstein Friesians wordt de vergelijkbaarheid tussen de hoogwater en laagwater koeien beter. Over deze fase wordt in 2027 gerapporteerd.

Nieuws

© RTV Utrecht/ Rose Heijnen
123

Innovatiefunnel

  • Klimaat en milieu: CO2 reductie is bekend, zit in SOMERS 2.
  • Biodiversiteit: In de onderzoeksopzet is biodiversiteit onderzocht. Beperkte effecten (meer libellen). Wel kansen voor beheerspakketten.
  • Ondernemers: Draagvlak bij ondernemers is afhankelijk van structurele financiële compensatie voor gederfd inkomen.
  • Maatschappij: Enthousiasme over behoud van landschapsbeeld bij BoHW en voor verminderde bodemdaling bij hogere grondwaterstand.
  • Water: Veel kennis opgedaan over watergebruik en invloed op waterkwaliteit.
  • Techniek: De technieken WIS, greppelinfiltratie en slootpeilverhoging zijn bekend er is meer onderzoek nodig naar het beheer.

Voorlopige resultaten

  • Klimaat en milieu

    Hogere grondwaterstand verlaagt broeikasgas- en ammoniakemissies

    Het onderzoek op de Hoogwaterboerderij toont dat hoog water in vergelijking met laag water een lagere uitstoot van broeikasgassen- en ammoniakemissies geeft. De bedrijfssystemen bij een hoge grondwaterstand hadden daarnaast netto 15-18% lagere broeikasgasemissies per hectare (-4,6 tot -5,1 ton CO₂-eq per ha) en per kg melk (-307 tot -330 g CO₂-eq per kg meetmelk). Dit kwam vooral door de hogere grondwaterstand welke de veenafbraak en CO₂-emissies uit de bodem verminderde met 62% (-6,7 ton CO₂-eq per ha) ten opzichte van het referentiebedrijf met lagere slootpeilen en zonder sturing op de grondwaterstand met AWIS.

    Lees meer

  • Economie en verdienmodellen

    Lager bedrijfsresultaat door ruwvoerkosten en extra waterbeheeruitgaven
    De resultaten laten zien dat het bedrijfsresultaat van de Hoogwaterboerderij afneemt. De hogere grondwaterstand had een negatief effect netto saldo per koe, wat gemiddeld daalde met €147. Er was echter een grote variatie tussen de jaren; van €9 tot €393 saldoverlies per koe per jaar. Het saldoverlies van gemiddeld €147 per koe komt vooral door de hogere aankoopkosten van ruwvoer. De jaarlijkse kosten van het waterinfiltratiesysteem bedroegen circa €603 per hectare, oftewel €297 per koe bij de gehanteerde veebezetting (berekend op basis van volledige afschrijving en onderhoud, exclusief arbeidskosten en zonder subsidie. In combinatie met het saldoverlies betekent dit een substantiële kostenpost voor bedrijven.

  • Bodem en gras

    Beperkt effect in normale jaren, maar grote impact in extreem natte omstandigheden

    De verhoogde grondwaterstand zorgde voor een hoger bodemvochtgehalte en een lagere draagkracht van de bodem, met name in het najaar en het voorjaar. Een hogere zodedichtheid, als gevolg van weidegang, had een positief effect op draagkracht. In tegenstelling tot de verwachting had de verhoogde grondwaterstand in 2021 – 2023 dus nauwelijks effect op het aantal weidedagen (maximaal een week verschil) of op het moment van oogsten. In het zeer natte voorjaar van 2024 was er wél een groot effect op het aantal weidedagen, en ook op de mogelijkheden om het gras te oogsten.

    Lees meer
  • Diergezondheid

    Geen negatieve effecten van hoge grondwaterstand op diergezondheid en melkproductie

    Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor risico’s voor de diergezondheid. Behalve dat er geen verschillen waren in conditie, gewicht en melkproductie van de koeien, werden ook geen verschillen gezien in celgetal, blauwtong en klauwgezondheid. Leverbot, salmonella en lidrus waren (min of meer) afwezig op de gehele Hoogwaterboerderij, ongeacht de grondwaterstand.

  • Biodiversiteit

    Weinig effect op biodiversiteit; landgebruik en slootkanten zijn bepalender

    Er zijn weinig tot geen effecten geconstateerd van de grondwaterstand op de biodiversiteit. Hierbij wordt opgemerkt dat er een relatief korte periode lag tussen het verhogen van de grondwaterstand en de metingen. Voor zover er effecten werden gezien waren die meestal op het bodemleven. Voor het merendeel van de onderzochte soortgroepen bleek dat het type landgebruik – namelijk weiden of maaien – meer van invloed was dan de grondwaterstand. Slootkanten waren veel rijker aan plantensoorten dan de graspercelen, ongeacht de grondwaterstand.

  • Water

    Neerslagoverschot verhoogt nutriëntenconcentraties in oppervlaktewater, met iets gunstiger stikstofbeeld bij hoogwater

    In perioden met een neerslagoverschot (vooral winterhalfjaar) verhoogden de concentraties stikstof en fosfor in het oppervlaktewater van zowel het hoogwater- als laagwatersysteem, ten opzichte van de het buitenwater (referentie). Praktisch alle meetwaarden van de referentie worden volgens de Kaderrichtlijnwater (KRW)-norm voor totaal N en P als Matig beoordeeld. De meetwaarden van het hoog- en laagwatersysteem waren veelal hoger (vooral in perioden met een neerslagoverschot) dan de KRW-norm en worden beoordeeld als matig of ontoereikend.

    Lees meer

Stand van zaken

BOHW is een voortzetting van een reeks eerdere activiteiten rond infiltratie in het veenweidegebied. Er wordt al sinds 2004 onderzoek gedaan naar de mogelijkheden en effectiviteit van verschillende infiltratiesystemen in het westelijk veenweidengebied. Onlangs is een statistische analyse hiervan gepubliceerd door de WUR. Het onderzoek dat op de Hoogwaterboerderij wordt gedaan onder de noemer Boeren op Hoog Water draait sinds 2020. Het project BOHW is formeel van start gegaan in 2020 en is voorzien om te lopen tot en met 2029. De jaren 2020 en 2021 waren bedoeld als ‘inregeljaren’ (fase 1). De jaren 2022 t/m 2024 (fase 2) zijn bedoeld als ‘onderzoeksjaren’. Voor de jaren 2025 t/m 2029 (fase 3) is een verdiepingsfase voorzien.

 

TIJDLIJN

Pilotlocaties

1
1

Hoogwaterboerderij van KTC – Zegveld

Relatie met andere VIPNL thema’s

Boeren op Hoog Water hoort bij het innovatiespoor Integrale Bedrijfsvoering.

Er is een relatie met het thema greppelinfiltratie. Bij Boeren Op Hoog Water wordt gebruik gemaakt van drukdrainage. Maar er zijn meerdere manieren om het peil te verhogen. Het blijkt nog niet zo gemakkelijk om de grondwaterstand te verhogen tot 20 cm – maaiveld (=streefwaarde).

Er ligt ook een relatie met VeeSt waar het gaat over de bruikbaarheid van de oeverzone; een hoge grondwaterstand leidt mogelijk tot verlies van landoppervlak. Dit zal ook effecten hebben op het bedrijfsresultaat. Tegelijkertijd zijn er meer veranderingen die invloed hebben op de bruikbaarheid/productiviteit van de oeverzone.

Natte teelten: Boeren op Hoog Water en Natte teelten zitten beide ergens op de lijn van ‘gewoon droog’ naar ‘heel nat’. Sommige vragen, zoals bijvoorbeeld de relatie tussen vernatting en aanwezigheid van knutten die blauwtongvirus overbrengen, worden in beide projecten gesteld. Als graslandpercelen te nat worden voor de teelt van gras, kan het voor een melkveehouder een economische overweging zijn om daar te gaan experimenteren met andere teelten dan gras.

Tenslotte is er ook een relatie met het thema CO₂ verwaarding. De aanleiding voor BoHW is de wens om uitstoot van broeikasgassen terug te dringen en bodemdaling te voorkomen. We constateren dat dit negatieve gevolgen heeft voor het bedrijfsresultaat van de boer. Een van de potentiële mogelijkheden om deze negatieve gevolgen te compenseren is CO₂-verwaarding.

CONTACT

Martijn Thijssen (Org-ID)

E-mailadres:
thijssen@org-id.org