Waarom is het belangrijk?
Binnen het VIPNL-programma innoveren en ontwikkelen we maatregelen tegen broeikasgasemissies uit het veenweidegebied.
Een van de mogelijke maatregelen, met de naam ‘Klei in Veen’, is het toevoegen van kleideeltjes aan het veen. Door het opbrengen van een dun laagje klei die in het veen zakt, kan de oxidatie van organische stof geremd worden en daarmee de uitstoot van CO2.
Deze remming is in laboratoriumproeven waargenomen. Op dit moment onderzoeken we in samenwerking met het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden (NOBV) of deze remming ook in de veenweiden optreedt en proberen we het mechanisme te begrijpen waarmee de afbraak van organische stof wordt geremd. Omhult de klei de organische stof, waardoor deze beschermd is? Vermindert de klei de toevoer van zuurstof naar de poriën waar de afbraak plaatsvindt? Of remt de klei de activiteit van enzymen die de afbraak van organische stof katalyseren?
Dat begrip is nodig om te weten of deze maatregel ook in de praktijk effectief is en is er nog niet voldoende. Dat betekent dat deze maatregel pas geschikt is voor grootschalige implementatie als we dat mechanisme beter begrijpen.
Tegelijkertijd onderzoeken we – om snel te kunnen doorschakelen als de effectiviteit bewezen is – allerlei praktische uitdagingen, zoals het opbrengen van de klei, de beschikbaarheid van grote hoeveelheden klei en of een herhaling nodig is. Zodat we, als we enigszins zeker zijn van het mechanisme en de effectiviteit in de praktijk, snel door kunnen met de implementatie van deze maatregel.