Klei in veen

Wat is Klei in Veen?

Onderzoek naar het effect van het opbrengen van een dun laagje klei bovenop het veen die langzaam met het veen mengt. Dit kan verbranding van het veen vertragen en daarmee de uitstoot van COverminderen.

Waarom is het belangrijk?

Binnen het VIPNL-programma innoveren en ontwikkelen we maatregelen tegen broeikasgasemissies uit het veenweidegebied.

Een van de mogelijke maatregelen, met de naam ‘Klei in Veen’, is het toevoegen van kleideeltjes aan het veen. Door het opbrengen van een dun laagje klei die in het veen zakt, kan de oxidatie van organische stof geremd worden en daarmee de uitstoot van CO2.

Deze remming is in laboratoriumproeven waargenomen. Op dit moment onderzoeken we in samenwerking met het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden (NOBV) of deze remming ook in de veenweiden optreedt en proberen we het mechanisme te begrijpen waarmee de afbraak van organische stof wordt geremd. Omhult de klei de organische stof, waardoor deze beschermd is? Vermindert de klei de toevoer van zuurstof naar de poriën waar de afbraak plaatsvindt? Of remt de klei de activiteit van enzymen die de afbraak van organische stof katalyseren?

Dat begrip is nodig om te weten of deze maatregel ook in de praktijk effectief is en is er nog niet voldoende. Dat betekent dat deze maatregel pas geschikt is voor grootschalige implementatie als we dat mechanisme beter begrijpen.

Tegelijkertijd onderzoeken we – om snel te kunnen doorschakelen als de effectiviteit bewezen is – allerlei praktische uitdagingen, zoals het opbrengen van de klei, de beschikbaarheid van grote hoeveelheden klei en of een herhaling nodig is. Zodat we, als we enigszins zeker zijn van het mechanisme en de effectiviteit in de praktijk, snel door kunnen met de implementatie van deze maatregel.

Wat weten we door ons onderzoek?

In het eerste meetjaar (2025) in het veld hebben we nog weinig remming gemeten. Nu weten we ook dat de geconstateerde remming in het laboratorium, onder optimale omstandigheden, pas na circa 200 dagen optrad. Met het eerste meetjaar hebben we weliswaar niet bewezen dat de maatregel werkt, er is ook nog geen bewijs dat het niet werkt. Meerdere meetjaren zijn daarvoor nodig, inclusief een goede interpretatie van de verzamelde data.

Het beter leren begrijpen van de interactie tussen klei en veen vraagt tijd en onderzoek in veld en laboratorium. Dat is nodig voor de maatregel klei in veen, maar ook voor andere maatregelen die de veenweiden worden onderzocht.

Tegelijkertijd onderzoeken we – om snel te kunnen doorschakelen als de effectiviteit bewezen is – allerlei praktische uitdagingen, zoals het opbrengen van de klei, de beschikbaarheid van grote hoeveelheden klei en of een herhaling nodig is.

Zodat we, als we enigszins zeker zijn van het mechanisme en de effectiviteit in de praktijk, snel door kunnen met de implementatie van deze maatregel.

CONTACT

Marco Vergeer (Veenweiden Innovatie Centrum)

E-mailadres:
marco@veenweiden.nl

  • Marco Vergeer (Veenweiden Innovatie Centrum)
  • Maaike van Agtmaal (Louis Bolk Instituut)
  • Joost Keuskamp (Biont Research)
  • Mariet Hefting (Vrij Universiteit Amsterdam)
  • Ruud van Uffelen (MelioRaad)
  • Caroline Vreugdenhil (Veenweiden Innovatie Centrum)
  • Ministerie van LVVN
  • Provincies (Friesland, Zuid-Holland, Utrecht en Noord-Holland)
  • Waterschappen
  • Agrariërs
  • Water, Land & Dijken
  • LTO Noord

DISCLAIMER

Klei in Veen is een maatregel die een hoog draagvlak heeft bij boeren, omdat de verwachting is dat de waterstand niet omhoog hoeft wanneer er Klei in Veen wordt gerealiseerd. Het onderzoek is nog niet ver genoeg gevorderd om dit ook daadwerkelijk te kunnen concluderen. De maatregel kan nog niet grootschalig worden uitgerold. Ook zijn de logistiek (vervoeren van grote hoeveelheden klei naar een locatie) en het effect op de biodiversiteit nog aandachtspunten.

Voorlopige resultaten

  • Klimaat en milieu

    Van de zeven onderzochte kleisoorten in het laboratorium laten er vier een remmend effect op de CO2-emissie zien onder gecontroleerde omstandigheden in het laboratorium. Dit effect varieert van 10-33% minder CO2-emissie over een periode van 3 jaar. Van de zeven onderzochte kleisoorten laat slechts één soort geen effect zien, en geeft één soort een licht verhoogde emissie van CO2.

    In de veldmetingen, waar we 20 verschillende soorten hebben toegepast op een veenbodem, hebben we het remmende effect nog niet geconstateerd. Het is echter te vroeg om een conclusie te trekken, daar zijn meerdere meetjaren voor nodig.

  • Ondernemers

    Er is grote belangstelling van ondernemers voor de maatregel, omdat de Klei in Veen gemakkelijk is in te passen in de bestaande bedrijfsvoering. Het aanbrengen van de klei is bovendien mogelijk met bestaande machines.

  • Maatschappij

    Naast klimaatopgaven hebben we ook een duurzaamheids- en circulariteitsopgave. Het toepassen van overtollige kleistromen om de veenweiden te stabiliseren is een toepassing met een hoge maatschappelijke waarde. De milieukwaliteit van de klei moet uiteraard voldoen aan de wettelijke normen.

  • Water

    Door het kleihumuscomplex in de toplaag van de bodem is de verwachting dat er minder water verdampt in de zomerperiode. Dit zal in het voortgaande onderzoek duidelijk worden.

Meer over thema

123

STAND VAN ZAKEN

Het project bevindt zich momenteel in fase 2 van de innovatiefunnel, complete concepten.

Nadat in 2024 de kleipaletten zijn aangelegd, heeft in 2025 een eerste meetjaar in het veld plaatsgevonden. Ongeveer 20 soorten klei zijn aangelegd in veldjes van 2 bij 2 meter. Door middel van meetkaders, meet NOBV de uitstoot van broeikasgassen. Een remming is na één jaar nog niet gemeten. Voor het trekken van conclusies is één meetjaar niet voldoende. In het laboratorium is de remming, onder optimale omstandigheden, pas na 200 dagen gemeten.

Per september 2023 is een promovendus aan de Vrije Universiteit gestart die haar promotieonderzoek doet om de mechanismen achter de werking van Klei in Veen te ontrafelen. Deze promovendus heeft in het vierde kwartaal van 2025 besloten met het onderzoek te stoppen. De onderzoeksprotocollen die ze heeft opgeleverd, zullen komend jaar door een onderzoeker worden toegepast. Het doel van dat onderzoek is om het mechanisme achter de interactie tussen klei en veen te ontrafelen.

TIJDLIJN

Pilotlocaties

Er zijn verschillende proeven gestart, zowel in het laboratorium als in het veld. Er zijn 18 demosites waaronder de plaatsen die hieronder genoemd staan.
Hier zijn ook 2 NOBV-meetsites en 3 kleipaletten. Deze zijn verspreid over de provincies Utrecht, Zuid-Holland, Noord-Holland en Friesland.

1
2
3
4
5
6
7
8
9
1

Delfstrahuizen| Friesland

2

Groote Veenpolder | Friesland

3

De Rijp | Noord-Holland

4

Middenbeemster | Noord-Holland

5

Rondehoep | Noord-Holland

6

Wilnis | Utrecht

7

Aarlanderveen | Zuid-Holland

8

Zegveld | Utrecht

9

Krimpenerwaard | Zuid-Holland

Relatie met andere VIPNL thema’s

Het thema Klei in Veen valt onder het innovatiespoor Bodem. Omdat het een maatregel is waarbij de veehouderij kan worden gecontinueerd, heeft het thema een relatie met integrale bedrijfsvoeren (Boeren op hoog water). Verder moet het toepassen van Klei in Veen vaak worden gecombineerd met een verhoogde grondwaterstand, dus er is ook een relatie innovatiespoor water.

CONTACT

Marco Vergeer (Veenweiden Innovatie Centrum)

E-mailadres:
marco.vergeer@rhdhv.com