CO₂-uitstoot uit veen fors lager na profielkeren

Voorlopige onderzoeksresultaten uit de Groote Veenpolder van Echten (FRL)

Binnen VIPNL wordt onderzocht wat het effect is van profielkeren op onder andere de uitstoot van broeikasgassen. Twee jaar na aanleg van een proefveld in de Groote Veenpolder van Echten zijn nu de eerste voorlopige resultaten beschikbaar. Die wijzen op een sterke verlaging van de CO2-uitstoot uit veen dat door profielkeren onder de grondwaterspiegel is gebracht.

Profielkeren: de bodem op z’n kop

Bij profielkeren wordt het bodemprofiel letterlijk omgekeerd. Het bovenliggende veen wordt dieper in de bodem gebracht, zoveel mogelijk onder de grondwaterspiegel. Het zand dat eronder ligt komt erboven. De teeltlaag wordt eerst opzijgelegd en na het keren weer teruggeplaatst, om de vruchtbaarheid te behouden. Het doel is om het veen langdurig zuurstofloos te houden. Deze maatregel is vooral geschikt voor percelen met een dunne veenlaag van maximaal 1 meter.

“Als veen boven de grondwaterspiegel komt te liggen, kan er zuurstof bij komen en dan begint het af te breken”, legt Maaike van Agtmaal, onderzoeker bij het Louis Bolk Instituut, uit. “Dat heet veenoxidatie en daarbij komt vooral CO2 vrij. Door het veen onder water te brengen, rem je dat proces.”

Een eerste blik onder de waterspiegel

Veldmetingen van CO2 zijn in de eerste jaren na het aanleggen van het proefveld lastig, omdat de bodem sterk is verstoord. Toch is afgelopen zomer besloten om labmetingen uit te voeren, om een eerste indicatie te krijgen of er door profielkeren een daling in CO2-uitstoot te verwachten is. Twee jaar na de profielkering zijn daarvoor bodemmonsters genomen om in het lab te bestuderen.

De bemonstering was een precisiewerk. De monsters liggen voor een deel onder de grondwaterspiegel en moesten zo zuurstofloos mogelijk worden genomen en verwerkt. “Zelfs een paar procent zuurstof kan invloed hebben op de uitkomst”, zegt Maaike. “De monsters zijn daarom onder strikt gecontroleerde omstandigheden genomen en ook in het lab zonder zuurstof onderzocht.”

Er zijn monsters genomen uit vier profielkerenplots en vier controleplots, met vier herhalingen per plot. In beide gevallen is de veenlaag bemonsterd op twee dieptes: een toplaag en een diepere onderlaag (zie afbeelding 1). Omdat het veen in de profielgekeerde plots dieper ligt, zijn daar ook monsters op grotere diepte genomen.

Grondmonsters die genomen zijn uit twee dieptes in de veenlaag van vier controle- en vier profielkerenplots, met vier herhalingen per plot.

 

Voorlopige metingen in het lab tonen sterke CO2-reductie

In het lab is per laag de CO2-emissie gemeten onder omstandigheden die overeenkomen met de veldsituatie. De monsters uit de toplaag van de controleplots zijn gemeten onder zuurstofrijke omstandigheden, omdat deze laag in het veld ook met zuurstof in contact komt. De overige monsters zijn zuurstofvrij verwerkt en gemeten, omdat deze lagen in het veld onder de grondwaterspiegel liggen.

Wanneer de toplagen worden vergeleken (links in afbeelding 2), blijkt dat de CO2-emissie in de gekeerde veenlaag substantieel lager is dan in de toplaag van het niet-gekeerde veen. Dit is de laag die door profielkeren onder de grondwaterspiegel is gebracht.

Ook de onderlagen geven een lagere CO2-emissie dan de toplaag van het controle plot (rechts in afbeelding 2). Wel is er meer variatie zichtbaar en ligt het gemiddelde in de onderlaag van de controle iets hoger dan in het gekeerde profiel. “Daar zijn verschillende mogelijke verklaringen voor, die in vervolgonderzoek nader worden onderzocht,” zegt Maaike.

De metingen laten daarmee zien dat onder zuurstofloze omstandigheden een sterke reductie van CO2-uitstoot optreedt. Daarmee geven de metingen een duidelijke indicatie dat profielkeren twee jaar na aanleg de emissie uit veenbodems kan verminderen.

Voorlopige resultaten van labmetingen van CO2-emissie uit veengrondmonsters (toplaag en onderlaag, zie afbeelding 1) na profielkeren, vergeleken met controleplots. Deze labmetingen zijn uitgevoerd aan de Universiteit Utrecht door Maaike van Agtmaal, Simone Weidner en Luuk Spierings van het Louis Bolk Instituut, in samenwerking met Joost Keuskamp van Biont Research.

Nuancering en vervolg

Tegelijk benadrukt Maaike dat het om voorlopige resultaten gaat. “Het betreft labmetingen op één meetmoment. De veenafbraak onder water is niet volledig nul, maar wel zeer laag. Hoe laag precies en of dit effect stabiel blijft, moeten we nog vaststellen.”

Komende zomer volgen nieuwe labmetingen, waarbij ook redoxcondities en het koolstofgehalte van het veen worden meegenomen. Als deze metingen vergelijkbare resultaten laten zien, wordt de aanwijzing dat profielkeren CO2-uitstoot vermindert sterker. Omdat labmetingen kunnen afwijken van metingen in het veld, is vervolgonderzoek in de praktijk nodig. “Deze eerste resultaten van labmetingen laten in ieder geval zien dat het de moeite waard is om met de proef verder te gaan en later ook metingen in het veld te gaan doen”, aldus Maaike.

De CO2-metingen maken deel uit van een breder onderzoek binnen VIPNL, waarbij ook gekeken wordt naar onder andere bodemstructuur, draagkracht, bodemleven, gewasgroei en kosten. “Het gaat niet alleen om klimaatwinst”, benadrukt Maaike. “Een maatregel moet ook praktisch toepasbaar zijn voor boeren.”

Ook onderzoek naar overlagen

Naast profielkeren wordt er in het VIPNL-programma ook onderzoek gedaan naar overlagen. Daarbij wordt een dunne laag klei of zand boven op het veen aangebracht, zodat het minder makkelijk in contact komt met zuurstof. Ook voor deze maatregel worden binnenkort labmetingen uitgevoerd om te onderzoeken wat er onder de afdeklaag gebeurt.

24 september: demodag profielkeren en overlagen (Rouveen)

Kun je broeikasgasuitstoot verminderen door grondlagen om te keren of af te dekken? Dat onderzoeken we binnen de thema’s profielkeren en overlagen, onder andere op onze proefvelden in Rouveen (Overijssel). Op woensdag 24 september stellen we twee van deze demovelden open voor publiek. Een unieke kans om te komen kijken en al je vragen te stellen aan onze projectleiders en onderzoekers.

Lees meer >

Wat doet klei in veen met de biodiversiteit en het voedselaanbod voor weidevogels?

Wormen en insecten zijn het belangrijkste voedsel voor weidevogels en weidevogelkuikens. Het is daarom belangrijk te weten of het opbrengen van klei de biodiversiteit en de hoeveelheid wormen en insecten niet negatief beïnvloedt.

Wormenplag waar nog duidelijk wat stukjes van de opgebrachte klei in terug te zien zijn

Onderzoeker Thom van der Sluijs en student Eva Soppe onderzochten het effect van klei-opbrenging op de biodiversiteit en het voedselaanbod voor weidevogels. Ze plaatsten insectenvallen (potvallen, of vallen voor bodemkruipende insecten), deden bodemmetingen, metingen aan de botanische samenstelling van de veenweidepercelen met en zonder klei en onderzoek naar de wormenpopulatie. Daarbij keken ze naar de effecten van klei op de biodiversiteit en het voedselaanbod voor kuikens en volwassen weidevogels.

Uit de metingen bleek dat met de kleibehandeling de wormenpopulatie niet afneemt en het aantal bodembewonende wormen (grijze wormen) zelfs iets toeneemt waar er klei is gestrooid. Het aantal grote insecten blijft gelijk bij kleibehandeling. Het aantal kleine insecten lijkt iets kleiner, maar is door de grote spreiding tussen de velden niet significant verschillend.
Deze resultaten geven een eerste indicatie dat kleitoepassing geen negatief effect heeft op het voedsel op en onder de grond voor de weidevogels.

Kleipaletten aangelegd en NOBV intensieve meetsites Klei in Veen gestart

Medio 2024 zijn 3 kleipaletten voor Klei in Veen aangelegd in Delfstrahuizen, Zegveld en Assendelft. In de kleipaletten worden 30 verschillende kleisoorten uitgestrooid op de 3 verschillende veengronden. Dit moet praktijkkennis opleveren over toepasbaarheid, effectiviteit en inmengingssnelheid van beschikbare kleisoorten. Doel is om op basis van de klei-eigenschappen voorspellingen te kunnen doen van de werkzaamheid en te begrijpen welke mechanismen hierbij een rol spelen. Het kleipalet biedt een mooie opschaling van lab-experimenten naar veldtoepassing. Het onderzoek volgt de verdeling van klei in de veenbodem.

Op 2 van de 3 locaties worden bovendien CO2-emissie en bodemdaling gemonitord. Deze NOBV*-meetsites zijn van start gegaan in Zegveld en Delfstrahuizen. Hier wordt continu gemeten wat het effect is van opgebrachte klei op de veenoxidatie en op de bodemgesteldheid. Er zal de komende jaren met hoogwaardige apparatuur gemeten worden op zowel veen mét een dunne kleilaag als ook op de naastgelegen veencontrolesites zonder extra klei. Broeikasgasemissies, bodemdaling en bodemcondities worden op diverse aspecten gemonitord. Zo kan de effectiviteit van deze maatregel goed worden vergeleken met de effectiviteit van andere maatregelen. De resultaten zullen bovendien worden opgenomen in simulatiemodellen.

*NOBV = Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden

Foto’s: Joost Keuskamp/Biont Research

 

VIPNL-demodag in het Friese Veenweidegebied

Op dinsdag 24 september 2024 was er een VIPNL-demodag in Friesland. Daar wordt onderzoek gedaan naar verschillende maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen uit veen te reduceren. Voor de VIPNL-thema’s Klei in Veen, Profielkeren en Overlagen werd op 3 locaties uitleg gegeven over de lopende onderzoeken en kon men een kijkje nemen in het veld.

Bij het Klei in Veen demoveld in Delfstrahuizen konden belangstellenden het nieuw aangelegde kleipalet en de meetinstallatie van het NOBV* van dichtbij zien. Joost Keuskamp van Biont Research gaf uitleg over de metingen die de komende jaren worden gedaan op deze site. Met fluxkamers die regelmatig sluiten en openen wordt de uitstoot van CO2 gemeten op veengrond met én zonder opgebrachte klei. Deze data zullen veel informatie geven over het effect van het opbrengen van een dunne laag klei op het veen.

Jenn Hansen, die promoveert aan de VU op het onderwerp (haar onderzoek gaat over de werking van klei in veen en hoe klei-opbrenging de uitstoot van CO2 mogelijk kan reduceren), vertelde meer over het kleipalet. Hier is ruimte voor 30 verschillende kleisoorten en ook daar worden metingen gedaan door het NOBV*.

*NOBV = Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden

Save the date: Klei in Veen, Overlagen en Profielkeren

24 SEPTEMBER: SAVE THE DATE!

Op verschillende plaatsen in het Friese Veenweidegebied wordt – via proeven en demovelden – onderzoek gedaan naar de reductie van broeikasgassen uit veen.
Op dinsdagmiddag 24 september laten we op drie plekken in het Veenweidegebied in Friesland de stand van zaken zien van drie verschillende projecten die uitgevoerd worden
door VIPNL en het Veenweideprogramma Friesland:

– Klei in Veen (Delfstrahuizen)
Klei (her)gebruiken in veenweidebodems lijkt een veelbelovend concept bij de zoektocht naar het verminderen van de CO2-reductie.
De klei-inspoeling heeft de potentie de veenafbraak te reduceren.

– Profielkeren (Scherpenzeel, Groote Veenpolder)
Om veenoxidatie te verminderen wordt veelal uitgegaan van sloot- en grondwaterpeilverhoging als maatregel.
In het noordelijk veenweidegebied is dit (hydrologisch) niet altijd haalbaar; daarom wordt ook gezocht naar andere typen maatregelen.
Profielkeren is er daar een van. Bij bodems met een dunne veenlaag op zandgrond wordt zand onder het veen naar boven gehaald en wordt het veen zo veel mogelijk onder de grondwaterspiegel gebracht.

– Overlagen (Groote Veenpolder)
Overlagen is het opbrengen van grond om veenoxidatie te remmen en daarmee CO2-emissie en bodemdaling te voorkomen.

Hieronder bijgevoegd de save the date voor deze demonstraties. Op dinsdagmiddag 24 september laten wij in het veld zien wat we hebben gedaan in deze drie projecten.

Save the date demonstraties: klei in veen, overlagen en profielkeren

Zand erover: als vernatten niet haalbaar is

Veen dat in contact staat met zuurstof stoot CO2 uit. Wie de uitstoot van broeikasgassen wil terugdringen, denkt snel aan vernatten. Maar soms is vernatten niet haalbaar. VIPNL onderzoekt verschillende andere oplossingen. Zoals het afdekken van veen met grond: een introductie in profielkeren en overlagen.

Neem de Groote Veenpolder (gelegen in de gemeente Weststellingwerf, bij Wolvega) in Friesland. Het grondwater zijgt snel weg. Om de grondwaterspiegel op peil te houden, moet veel water worden aangevoerd. Water dat vervolgens weer heel snel wegloopt naar de lager gelegen Noordoostpolder. Dweilen met de kraan open: vernatten is hier geen praktische oplossing.

Hoe kun je veen op die plekken toch afsluiten van zuurstof? VIPNL onderzoekt twee methodes: profielkeren en overlagen.

Profielkeren: veen terug onder de grondwaterspiegel

Bij profielkeren verwissel je de veenlaag aan de oppervlakte met de daaronder gelegen laag zand. Het veen komt dan weer onder de grondwaterspiegel. De veenverbranding stopt.

Of die theorie klopt, onderzoeken we onder andere in de Groote Veenpolder. Daar werd de veenlaag in het najaar van 2023 met een kraan gekeerd. Dit perceel wordt vergeleken met een controleperceel.

Gevolgen voor boer en klimaat in kaart gebracht

De bouwvoor – de vruchtbare toplaag – werd bij het keren behouden (opzij gelegd en na het keren bovenop teruggeplaatst). Desondanks verandert profielkeren natuurlijk wel de eigenschappen van het perceel. Het Louis Bolk Instituut onderzoekt daarom onder andere de gewasopbrengst en waterhuishouding van de bodem.

De metingen naar broeikasgasuitstoot gaan pas over een paar jaar van start. We verwachten namelijk dat de bodem in eerste instantie CO2 op gaat nemen: de bodem is immers verstoord en zal opnieuw gaan opbouwen. Als de bodem na een paar jaar tot rust is gekomen, onderzoeken we of de uitstoot blijvend lager is.

Uitbreiden naar andere plekken en middelen

Om zoveel mogelijk verschillende situaties in kaart te brengen, breiden we het onderzoek naar profielkeren verder uit. In Staphorst verkennen we inmiddels welke percelen mogelijk geschikt zijn. Daarna zullen we de betreffende boeren benaderen. We willen in Staphorst gaan keren met een ploeg. Met een ploeg kun je minder diep profielkeren (tot 1,6 meter), maar het gaat sneller en zou goedkoper kunnen zijn dan keren met een kraan.

Overlagen: het eenvoudiger alternatief

Voor profielkeren gelden een aantal voorwaarden. De totaal te bewerken laag mag maximaal twee meter dik zijn, anders is deze niet te keren. Dat betekent een veenlaag van maximaal een meter dik, en daaronder minimaal een meter zand. Voor profielkeren is ook een ontgrondingsvergunning nodig.

Relatief eenvoudiger is overlagen. Veen wordt dan niet onder de grondwaterspiegel gekeerd maar afgedekt met een laag zand. Als dit zorgvuldig gebeurt, sluit dit zand de veenlaag af van zuurstof.

In Friesland loopt er inmiddels een proef met overlagen, in Overijssel wordt deze opgestart en ook in Noord-Holland willen we een proef starten. Wederom om in verschillende situaties te onderzoeken welke effecten optreden voor landbouwkundig gebruik en klimaat. Specifiek zal de logistiek in deze proeven de aandacht vragen: want hoe ga je op een praktische manier zoveel grond aanvoeren en waar vandaan?

Vragen of meer weten? Neem contact op met thematrekker Dirk Johan Feenstra: dirk@vip-nl.nl

Foto’s: Peternella Veldhuizen