Inspiratiemarkt ‘Toekomst op het erf’ druk bezocht

Op woensdagmiddag 10 december organiseerde Stimuland de inspiratiemarkt De toekomst op het erf. Tijdens dit evenement werd de Subsidieregeling Toekomstgerichte Landbouw Staphorst gepresenteerd door Wethouder Lucas Mulder.

De belangstelling was groot. Na de presentatie van de subsidieregeling was er ruimte om met elkaar bij te praten en een praatje te maken bij de diverse stands met nieuwe technische snufjes en innovaties. Het aanbod was divers en paste bij de doelstellingen uit de regeling en de maatregelen voor het veenweidegebied. Door de krachten te bundelen en twee projecten te combineren konden we een goed gevuld programma aanbieden.

Transitiefonds toekomstgerichte landbouw Staphorst

Gemeente Staphorst heeft een transitiefonds toekomstgerichte landbouw in het leven geroepen. De gemeenteraad onderkent dat boeren voor grote opgaven staan onder andere op het gebied van water, bodem, stikstof, natuur en verdienvermogen. Daarom kunnen boeren uit de gemeente aanspraak maken op het fonds voor een subsidie voor een innovatief project. Projecten moeten bijdragen aan verbetering van de landbouwpraktijk op minimaal twee van de gestelde doelen (waaronder kwaliteit water en bodem, biodiversiteit, ontwikkelen nieuwe verdienmodellen, verkorten keten, natuurinclusiever werken etc).

Noordwest-Overijssel is als veenweidegebied een van de proeftuinen van VIPNL. De proeftuintrekker Suzanne Harink deelt regelmatig informatie met de boeren in het gebied, onder andere via deze inspiratiemarkt. Ze is bereikbaar via sharink@stimuland.nl

Veenmosoogst Friesland en onderzoekslocatie Leiden

Op proeflocatie Bûtefjild in Friesland is onlangs het eerste veenmos geoogst. De onderzoekers willen graag weten hoe snel het veenmos teruggroeit na de oogst en analyseren wat de mogelijkheden zijn voor het eindproduct. Valt er een hoogwaardig potgrondsubstraat van te maken, wat een interessant verdienmodel kan opleveren? Of valt het in een lagere substraatklasse?

Mogelijk is het geschikt als vervanging voor het turf in potgrond, dat nu in de Baltische Staten en Scandinavië wordt afgegraven. Onderzoek zal uitwijzen of het inderdaad dezelfde eigenschappen als bijvoorbeeld pH en watervasthoudend vermogen heeft als die turf.

In Bûtefjild is een strook van 90 bij 2,5 meter geoogst, met een kraan met maaikorf en knipinrichting, zoals ook wel gebruikt wordt om sloten te schonen. Willem Stuulen, thematrekker van Veenmosteelt, legt uit hoe dat in zijn werk gaat: “Eerst haalt de kraan de bovenste 5 centimeter levend groen veenmos eraf, en legt dat opzij. Daarna oogsten we 10 cm van het diepergelegen veenmos daaronder, tot ongeveer op het witveen, maar niet tot op de kale modderlaag die hieronder zit. We laten een laagje witveen liggen, en enten daarop weer het levende veenmos dat we opzij hadden gelegd, om de groei weer op gang te brengen. We gaan die hergroei nauwkeurig monitoren.”

Nieuwe veenmosteeltlocatie

Stuulen is ook blij om te kunnen melden dat er een nieuwe onderzoekslocatie voor veenmosteelt komt. “In Oude Ade, vlak bij Leiden, is de Universiteit Leiden ook bezig met natte teelten, en ze willen dit graag inrichten en monitoren binnen VIPNL. Een mooie samenwerkingskans! We schrijven nu een voorstel om in 2026 verder onderzoek te gaan doen.”

Zie voor meer informatie de Themasheet Veenmosteelt

Nieuw thema Weide en Water

Wat betekent vernatten voor de landbouwpraktijk?

Vernatten heeft gevolgen voor de uitstoot van broeikasgassen maar natuurlijk ook voor de bedrijfsvoering van melkveehouders. In het nieuwe thema Weide en Water wil VIPNL graag in kaart gaan  brengen hoe draagkracht van de bodem en grasgroei veranderen als de grondwaterstand omhoog gaat. Betere kennis van deze processen kan uiteindelijk ook de berekeningen voor compensatie nauwkeuriger maken.

We willen graag beter begrijpen wat het effect is van het verhogen van de grondwaterstand: hoe werkt dat door in bodemvocht en in draagkracht van de bodem? En hoe verandert de grasgroei? Deze vragen zijn niet nieuw. Deze veranderingen worden al gedeeltelijk sinds 2020 gemeten op de hoogwaterboerderij in Zegveld. Maar we weten ook dat de resultaten anders zijn bij verschillende veenbodems. Daarom gaan we dat onderzoek nu uitbreiden naar andere locaties om de processen in verschillende veenbodems veel beter te begrijpen.

Verschillen tussen locaties in beeld

Afgelopen zomer hebben we acht verschillende locaties door heel het veenweidegebied van Nederland geselecteerd. De graslandpercelen op deze melkveebedrijven liggen op verschillende veentypes en op alle bedrijven wordt beweiding toegepast, zodat we ook het verschil tussen maaien en weiden mee kunnen nemen. Op elk van die locaties meten we op een perceel met een relatief hoge en een lage grondwaterstand.

Op alle verschillende locaties verwachten we een andere dynamiek in de bodem. We willen graag begrijpen wat dat betekent voor de draagkracht en de grasgroei.

Veranderingen door het seizoen heen

Het voor- en najaar zijn belangrijke momenten om te meten. In het najaar willen we graag weten wanneer de bodem te nat wordt, in het voorjaar wanneer het droog genoeg is voor een boer om aan het werk te gaan. We hebben twee typen metingen: de seizoensmetingen en de detailmetingen. De seizoensmetingen vinden in het voorjaar en najaar plaats om de twee weken. Dat is nodig om beter in beeld te krijgen hoe factoren, zoals weer, de bodem beïnvloeden. Onderzoeker Nyncke Hoekstra (Louis Bolk Instituut): “Op het moment dat het gaat regenen, wordt de bodem natter. Maar hoe lang duurt het dan voordat de draagkracht ook achteruitgaat? Als je uit een droge periode komt, dan kan de grond best nat zijn terwijl de draagkracht eigenlijk nog best goed blijft. Dat is heel anders in het voorjaar, als de grond al helemaal slap is. Bij eenzelfde bodemvochtgehalte kan de draagkracht dus verschillen. Daarom is het heel belangrijk om in verschillende seizoenen en onder verschillende weersomstandigheden inzicht te krijgen in de verbanden.”

De detailmetingen zijn gericht op precies het overgangsmoment van ‘voldoende naar onvoldoende draagkracht’ en visa versa in het voorjaar. Dat moment treedt vaak op in een tijdsbestek van enkele dagen. Met deze metingen willen we precies begrijpen welke factoren van invloed zijn op de draagkracht.

De werkelijke gevolgen voor de boer

De onderzoekers willen ook graag weten hoe boeren omgaan met de veranderingen in draagkracht. Gaan ze hun koeien minder weiden? Gebruiken ze een lichtere machine, of kan dat helemaal niet omdat de loonwerker die niet beschikbaar heeft? Die informatie wordt bij boeren en loonwerkers opgehaald.

Dit is relevant om te begrijpen tot welke schade vernattingsmaatregelen leiden. Uiteindelijk wordt alle informatie gebruikt om compensatiemodellen beter en locatiespecifieker te maken. Beleidsmakers kunnen boeren dan veel eerlijker compenseren voor het uitvoeren van vernattingsmaatregelen.

 

Meer informatie leest u in de Themasheet Weide en Water.

Programmacoördinator Roel van Gerwen neemt afscheid

In de regio werd al volop geëxperimenteerd, maar met de komst van het Klimaatakkoord ontstond er behoefte aan een landelijk veenweideprogramma. Roel van Gerwen hielp dat programma in de benen en zwaait nu af als programmacoördinator van VIPNL. Tijd voor een gesprek.

“Dat er zo goed wordt samengewerkt tussen zoveel mensen om de klimaatdoelen te halen, dat maakt me wel trots”

De handtekeningen onder het klimaatakkoord waren nauwelijks droog toen de Covid-pandemie uitbrak. Roel van Gerwen had als programmamanager van het Noord-Hollandse veenweideprogramma (Innovatieprogramma Veen) meegedacht aan de klimaattafel veenweide, zat ineens thuis en had tijd genoeg. Hij besloot om maar meteen aan een voorstel voor een landelijk veenweideinnovatieprogramma te beginnen. Die behoefte was er: er gebeurde dan wel van alles in de verschillende veenweideregio’s, dat was erg regionaal en weinig samenhangend. Terwijl nog  grotendeels het inzicht ontbrak hoe in veenweidegebieden de klimaatdoelen gehaald konden worden en wat onder welke omstandigheden het beste werkt.

Roel zocht partners in het Groene Hart en Noord-Nederland en zette samen met Frank Lenssinck (Veenweiden Innovatiecentrum) en Hans van der Werf (Friese Milieu Federatie) de eerste contouren van VIPNL op papier.

Bouwen aan een netwerk

Tijdens de laatste VIPNL-dag op 4 september 2025 zaten er honderd mensen in de zaal, en dat maakt hem toch wel het meest trots, zegt Van Gerwen: de samenwerking die is ontstaan tussen programmapartners, onderzoekers, het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden (NOBV) en alle andere relevante partijen.

Dat betekende dat in 2021, bij de start van het programma, alles nog moest worden opgebouwd: financiering, een programma en het betrekken van de juiste mensen. Van Gerwen vond het daarbij belangrijk om onderzoekers in het juiste spoor mee te krijgen. “Je moet durven je hele onderzoek om te gooien als het nodig is. Innovatie werkt in dat opzicht echt anders dan regulier onderzoek, waarin je vooraf bepaalt hoe je onderzoek eruitziet van begin tot eind. Bij innovatie ga je experimenteren, en als dat niet werkt ga je je experiment aanpassen. Dat is ook regelmatig gebeurd, in het thema natte teelten bijvoorbeeld. Sommige teelten zijn afgevallen, andere toegevoegd.”

Daarbij was het een bewuste keuze om relevante partijen zoals de markt, experts, ervaringsdeskundigen, etc. in elk afzonderlijk thema actief te betrekken, via een begeleidingscommissie. “De begeleidingscommissie heeft een adviserende rol, maar geen sturende rol, er zitten mensen in die er verstand van hebben en kritische vragen stellen. Die heb je nodig om uiteindelijk te komen tot praktisch werkbare en gevalideerde maatregelen die de overheid kan benutten om maatregelen op te schalen.”

Praktische benadering

Van Gerwen heeft altijd die praktische blik gehanteerd: het moet in de praktijk werken. Dat betekent dat maatregelen bij boeren, die voor hun boterham afhankelijk zijn van het land, in het verdienmodel passen. Het betekent ook dat de afzetmarkt voor producten van nieuw landgebruik nu al worden meegenomen. “Neem het gebruik van lisdodde in isolatiemateriaal. Je hebt eigenlijk een geheel nieuwe marktketen nodig in een sector die nu niet duurzaam is. Als je natte teelten serieus neemt, moet je ook daaraan gaan werken.”

De grootste uitdaging voor de toekomst is ook praktisch van aard, denkt Van Gerwen: “Hoe ga je handhaven dat het langjarig beheer van maatregelen op de juiste manier uitgevoerd wordt? Als je je waterinfiltratiesysteem niet onderhoudt, dan is er geïnvesteerd en misschien wel subsidie verleend, maar haal je alsnog je klimaatdoel niet. Je hebt echt een autoriteit nodig die hierop handhaaft.”

Hij ziet daarbij kansen voor de collectieven. “Collectieven staan het dichtst bij de boer. Je ziet in Noord-Holland al hoe dat goed werkt: hier adviseert onze proeftuintrekker Martine Bijman namens collectief Water Land & Dijken boeren over maatregelen, ze vraagt maatregelen aan en regelt dat boeren ermee aan de slag kunnen. Het wordt een grote uitdaging om de uitrol te laten lukken, maar daarom ben ik ook blij met onze proeftuintrekkers die echt met de voeten in het veen staan.”

Roel van Gerwen gaat aan de slag als landschapsarchitect bij het Rijksvastgoedbedrijf onder andere om te werken aan urgente defensieopgaven. Maar hij zal het veenweidedossier met meer dan gemiddelde interesse blijven volgen!

Een vervanger voor Roel wordt gezocht. Zijn taken worden voorlopig waargenomen door Arnoud de Vries van Natuurlijke Zaken: Arnoud de Vries

Nieuwsbrief Landelijk Gebied – juli 2024

Voor de meeste mensen staat de zomervakantie voor de deur of is deze al begonnen. Ondertussen gaan de ontwikkelingen in het Landelijk Gebied gewoon door.
In deze nieuwsbrief praten we u bij over de laatste nieuwtjes. In deze nieuwsbrief kunt u onder andere stukken lezen over: budget en nieuwe accenten voor aanpak Fries landelijk gebied en compensatie-aanpak voor hogere peilen in veenweidegebied.

Klik hier op de link om de nieuwsbrief te lezen.

Nieuwsbrief najaar 2023

Nieuwsbrief juli 2023

Nieuwsbrief april 2023