Terugblik symposium Boeren op Hoog Water: van onderzoek naar debat

Midden in het Groene Hart, tussen boerderijdieren en strobalen, vindt op 6 november het symposium plaats van onderzoeksprogramma Boeren op Hoog Water (2020–2024). Ongeveer honderd deelnemers komen samen bij de Boerinn. Overheden, onderzoeksinstellingen, melkveehouderijen, boeren- en natuurorganisaties: alle zijn vertegenwoordigd. Dagvoorzitter Dick Veerman heet iedereen welkom.

Onderzoek voedt debat

Wim Honkoop neemt het publiek mee in het ontstaan van het programma. Boeren op Hoog Water begon in 2020 op proefboerderij KTC Zegveld, waar melkveebedrijven op een hoge streefgrondwaterstand (20 cm onder maaiveld) worden vergeleken met een traditionele melkveehouderij op een reguliere ontwatering (slootpeil 40–50 cm onder maaiveld).

Wim vat het onderzoek samen in twee kernvragen:

“Levert boeren op hoog water minder broeikasgassen op en wat betekent dat bedrijfseconomisch voor de melkveehouderij?”

Het doel: het maatschappelijke en beleidsmatige debat voeden. Hij benadrukt dat het programma ook in 2025 en 2026 doorgaat.

’s Middags volgt een toelichting in het veld over waterinfiltratie binnen Boeren op Hoog Water.

Eerste themaronde: water, bodem & gras, biodiversiteit

Dan presenteren de onderzoekers een aantal thema’s uit het onderzoeksprogramma. Idse Hoving (WUR) legt uit dat een hoge grondwaterstand alleen haalbaar is met een hoger slootpeil én een actief waterinfiltratiesysteem (AWIS). AWIS werkt, maar vraagt de nodige aandacht voor aanleg, beheer en onderhoud.

Nyncke Hoekstra (Louis Bolk Instituut) vertelt dat de lagere draagkracht van de bodem bij hoog water nauwelijks problemen gaf. De uitzondering is het zeer natte 2024, toen koeien in het voorjaar niet naar buiten konden. De grasproductie en -kwaliteit waren gemiddeld iets lager bij hoogwater. De graskwaliteit viel echter tegen in 2024 vanwege de late eerste snede in verband met slechte draagkracht.

Monique Bestman (Louis Bolk Instituut) ziet tot nu toe beperkte verschillen tussen hoog- en laagwaterbedrijven qua biodiversiteit. Onder de grond zijn bij hoogwater meer bacteriën aangetroffen, maar nauwelijks verschillen in schimmels, nematoden of regenwormen. Mogelijk worden effecten pas op langere termijn zichtbaar. Boven de grond zijn iets meer plantensoorten waar te nemen bij hoog water, maar niet dusdanig dat er sprake is van meer biodiversiteit.

Veel vragen en reacties uit de zaal

Tijdens de vragenronde steken meerdere boeren hun hand op. De een heeft een technische vraag over de detailontwatering, de ander vraagt of er onderzoek is gedaan naar het vasthouden van vocht met een betere grasmat, en weer een ander wijst op het probleem van natte plekken in het grasland.

De onderzoekers discussiëren over hoe representatief Boeren op Hoog Water is voor het veenweidegebied. Ze zijn het erover eens dat de resultaten niet direct op het hele gebied van toepassing zijn. Aan de andere kant is er reden voor optimisme, omdat het onderzoeksprogramma op een moeilijke locatie is uitgevoerd. “In grote delen van het veenweidegebied ligt een kleidek op het veen”, zegt Idse. “Dat maakt het makkelijker om de veenafbraak te beperken.”

Tweede themaronde: dier, broeikasgassen, economie

Na de pauze volgen presentaties van Monique Bestman, Daniël van de Craats (NOBV), Jeroen Pijlman (Louis Bolk Instituut) en Pieter Willem Blokland (WUR).

Monique vertelt over de risico’s van een hoge grondwaterstand voor de gezondheid van de koeien. Die lijken mee te vallen. Wel bleken problemen met klauwgezondheid iets vaker voor te komen bij de Holstein-Friesians op hoog water – maar dat kan een vertekend beeld zijn vanwege de kleine groepsgrootte.

Daniël van de Craats laat namens het NOBV zien dat de uitstoot van CO2 het hoogst is op het referentieperceel (laag water) en het laagst bij hoogwater. Ook laat hij zien dat de spreiding in CO2-uitstoot kleiner was bij de hogere grondwaterstand dan bij de ongestuurde grondwaterstand op het referentieperceel. De resultaten van de metingen zijn vergelijkbaar met die van andere meetlocaties in het land.

Jeroen Pijlman zegt dat melkproducties tussen hoog- en laagwaterkoeien vergelijkbaar zijn, maar dat extra voeraankoop van buiten het bedrijf nodig is om de lagere grasproductie te compenseren en conditie van hoogwaterkoeien op peil te houden. De productie van dat voer veroorzaakt buiten het bedrijf extra emissies. Netto leidt hoogwater echter tot 16% minder uitstoot per hectare én per kilo meetmelk voor het bedrijf met Holstein-koeien. Op het bedrijf met Jersey-koeien op hoogwater waren de effecten vergelijkbaar.

Pieter Willem schetst het financiële plaatje: zonder AWIS-investeringen is het verschil €147 per koe, met AWIS loopt dit op tot €440 per koe. Hij ziet kansen voor nieuwe verdienmodellen om deze kosten te compenseren.

Verdiepende vragen over koeienrassen, emissies en arbeid

Er komen veel inhoudelijke vragen uit het publiek. Waarom is gekozen voor Jerseys? Jeroen legt uit dat ze lichter zijn en mogelijk beter met ruwvoer omgaan, maar dat op het bedrijf met Jerseys verschillen in mineralenbenutting en broeikasgasemissies uiteindelijk klein bleken.

Daniël beantwoordt een vraag over andere broeikasgassen: methaan is laag op de proefboerderij, maar het landelijke beeld varieert. Er wordt de komende jaren meer onderzoek gedaan naar methaanuitstoot. De metingen naar lachgas lopen ook nog, de resultaten daarvan zijn nog niet definitief.

Een belangrijk discussiepunt: de extra arbeid die hoogwater vraagt. Honkoop en Idse schatten dat dit neerkomt op een halve dag extra per week in het groeiseizoen. Om meer zicht te krijgen op de extra arbeidsinspanning van de boer, is aanvullend onderzoek nodig.

Plenaire discussie: de kansen en risico’s van boeren op hoog water

De dagvoorzitter nodigt Nick van Eekeren (wetenschap), Kees Vroege (agrariër), Douwe Jonkers (LVVN), Jaap Gielen (provincie Fryslân) en Niek Bosma (Wetterskip Fryslân) uit op het podium.

Zij gaan met elkaar in discussie over twee centrale vragen:

  1. Welke kansen en welke bedreigingen komen uit de resultaten naar voren?
  2. Wat is er nodig om de kansen te verzilveren?

Panelleden gaan in discussie.

Nick ziet als belangrijkste kans dat koeien kunnen worden gehouden bij 20 cm onder maaiveld. Als risico’s noemt hij extreme jaren zoals 2024 en de extra arbeidslast. Niek: “Om dit systeem te laten werken, moet een boer veel kunnen. Het vraagt om extra werk in het land, zoals het onderhouden van AWIS.”

Een melkveehouder uit Vlist wijst erop dat AWIS meer onderhoud vraagt dan andere systemen: volgens hem wordt dit te rooskleurig voorgesteld. Niek en Jaap benadrukken dat financiële compensatie nodig is om boeren op hoog water mogelijk te maken. Volgens Jaap zijn de onderzoeksresultaten niet direct toepasbaar op Friesland, omdat de grondwaterstand daar een stuk lager is.

Boer Kees Vroege voelt zich door het onderzoek geconfronteerd. “De extra arbeid hakt erin. Als boer kun je extreem natte jaren op hoogwater niet hebben.” Hij ziet meer in een passief WIS, mits voldoende drooglegging.

Douwe Jonkers van ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur rondt de discussie af. In feite wil de overheid de melkveehouderij overeind houden, maar daarvoor worden aanpassingen van melkveehouders gevraagd. De kernvraag volgens hem: “Wat is redelijk om te vragen?” Het ministerie denkt aan een bandbreedte tussen 40 en 20 cm onder maaiveld en wil de inzichten uit BoHW opnemen in de Waterwijzer Landbouw voor passende compensatie.

Onderzoek gaat door

Tijdens het symposium zijn veel inzichten gedeeld en vragen gesteld. De conclusie? Boeren op hoog water is technisch mogelijk, maar vraagt verder onderzoek. Dat betekent: blijven meten, de financiële kaders uitwerken en de extra arbeid in beeld brengen. Na applaus bedankt Martijn de aanwezigen, die hij uitnodigt voor de lunch. Voor een deel van de aanwezigen gaat het programma daarna nog door: zij gaan met de bus naar Zegveld om de Hoogwaterboerderij met eigen ogen te zien. En om vragen te stellen, want die zijn er genoeg.

Foto’s: Sylvana de Bruin

Symposium Boeren op Hoog Water op 6 november!

Na jaren van onderzoek is het moment daar: de resultaten van het programma Boeren op Hoog Water zijn bekend. Op donderdag 6 november presenteren VIPNL en het VIC de belangrijkste inzichten en organiseren ze een excursie naar de Hoogwaterboerderij.

Tijdens het symposium in de ochtend nemen onderzoekers je mee langs de resultaten van zeven thema’s (grasproductie, waterkwaliteit, bodem, klimaat, dier, biodiversiteit en bedrijfseconomie) en gaan we in gesprek met vertegenwoordigers uit overheid en praktijk over de toekomst van de ‘hoogwater’-melkveehouderij in het veenweidegebied. Het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden zoomt in op de resultaten van de metingen. ’s Middags bezoeken we in kleine groepen de onderzoekslocaties van de Hoogwaterboerderij, waar de resultaten tot leven komen in de praktijk.

📍 Locatie: Boerderij De Boerinn, Kamerik
📅 Datum: donderdag 6 november 2025
🕘 Tijd: symposium 09.30 – 12.45 uur | excursie 13.30 – 16.00 uur

6 november 2025: symposium en excursie Boeren op Hoog Water

Op donderdag 6 november 2025 presenteren VIPNL en het Veenweiden Innovatiecentrum (VIC) de resultaten van het onderzoeksprogramma Boeren op Hoog Water. De afgelopen jaren is op de Hoogwaterboerderij van KTC Zegveld onderzoek gedaan naar een toekomstbestendige melkveehouderij in de westelijke veenweiden.

Wat staat er op het programma?

  • Een symposium waarin de resultaten van zes thema’s worden toegelicht (grasproductie, waterkwaliteit, bodemgezondheid, klimaat, diergezondheid en bedrijfseconomie).
  • Een plenair panelgesprek over de toekomst van Boeren op Hoog Water.
  • Een verzorgde lunch met ruimte voor ontmoeting en dialoog.
  • Een excursie naar de Hoogwaterboerderij van KTC Zegveld, waar de onderzoeksresultaten in de praktijk zichtbaar zijn.

Praktische informatie:

Datum: donderdag 6 november 2025
Tijd: 09.30 – 13.30 uur. Excursie van 13.30 – 16.00
Locatie symposium: Boerderij De Boerinn, Mijzijde 6, 3471 GM Kamerik
Bereikbaarheid: De Boerinn is goed bereikbaar per auto en heeft gratis parkeergelegenheid. Vanaf station Woerden is De Boerinn bereikbaar per bus (bushalte richting Sluis, Kamerik) of met een OV-fiets.
Vervoer excursie: busvervoer tussen De Boerinn en KTC Zegveld is inbegrepen.

Aanmelden

Wil je erbij zijn? Ga naar het aanmeldformulier >

In het formulier kan je aangeven of je deelneemt aan de lunch en/of meegaat op excursie naar de Hoogwaterboerderij.

Deze koeien staan op hoog water, maar krijgen geen natte voeten

Redacteur: Rose Heijnen / RTV Utrecht

Op het eerste gezicht ziet het eruit als een normale boerderij met weilanden en koeien, maar dat is het niet. In Zegveld staat een zogenoemde proefboerderij.
Met koeien op hoog water. Jasper van Beek is boer én onderzoeker. Zijn 130 koeien doen mee aan allerlei experimenten. Het doel? “Kijken hoe we de agrarische sector duurzamer kunnen maken.”
De boerderij staat met een reden in het Groene Hart. In die regio, waar de bodem bestaat uit veen, zorgen koeien voor extra veel CO₂-uitstoot.

Boer én onderzoeker Jasper Beek is enthousiast over zijn koeien op hoog water:
Kijk de video hier: koeien op hoog water, maar geen natte voeten

Hoe kan dat? Om het gras goed te laten groeien, hebben boeren het liefst een lage waterstand. Maar, door die lage waterstand droogt de veenbodem uit.
Dat zorgt voor veel CO₂-uitstoot. En niet alleen dat, het veroorzaakt ook bodemdaling, wat weer slecht is voor gebouwen. Heel wat huizen zakken erdoor weg in de omgeving.
Beek: “En waterschappen zijn daar ook niet blij mee, want hoe lager het land, hoe meer water ze moeten wegpompen zodat het niet overstroomt hier.”

Koeien in het water

In Zegveld wordt geëxperimenteerd met een hogere grondwaterstand, 30-centimeter onder het maaiveld. Bij de meeste boeren is dat al gauw het dubbele.
Volgens Beek heeft het hogere waterpeil weinig gevolgen voor het gras. “We hebben hier nu twee jaar onderzoek gedaan, maar tot op heden valt het mee hoe de grasopbrengst en -kwaliteit verandert.”
Ook de koeien geven evenveel melk.

Wat wel verandert is de ‘draagkracht’ van het land. Die is iets slapper, waardoor de koeien iets later het land op kunnen in het voorjaar, en weer iets eerder vanaf moeten in de herfst,

KTC Zegveld werkt met Groningse Blaarkoppen© RTV Utrecht

Geen negatieve gevolgen

Om de resultaten goed te kunnen vergelijken, heeft Beek ook weilanden waar het water lager staat. Op alle stukjes laat hij koeien grazen, en meet hij regelmatig de grashoogte. De komende vijf jaar blijft de onderzoeksboerderij dit meten. Uiteindelijk hoopt Beek dat zijn resultaten ervoor zorgen dat andere boeren ook met een hoger waterpeil durven te werken. Maar daar moet nog wel wat voor gebeuren. “Kijk, we meten geen negatieve gevolgen, maar ook geen positieve, in de zin dat het extra geld oplevert voor de boer. Terwijl zo’n waterinfiltratiesysteem dat je hiervoor nodig hebt, veel geld kost.” Een boer verdient zijn investering dus niet snel terug. Voor de aanschaf zijn wel subsidies, maar ook na de aanleg kost het systeem onderhoud tijd en geld. “Wij willen onderzoeken hoe we er toch voor kunnen zorgen dat boeren op een hoger waterpeil goed kunnen blijven boeren.”

Vernatting verandert samenstelling bodemleven veenbodems

Hoe verandert het bodemleven door vernatting? Een relevante vraag, want het bodemleven is heel belangrijk voor het functioneren van het (landbouw)ecosysteem. Binnen het VIPNL-thema Boeren op Hoog Water namen we de proef op de som.

In de proef plaatsten we 40 veenkolommen gedurende 15 maanden onder gecontroleerde omstandigheden. Daarbij onderzochten we het effect van verschillende waterstanden (0 tot 60 cm onder maaiveld) en bemestingsniveaus (laag: 50 kg N/ha/jaar, hoog: 250 kg N/ha/jaar) op bacteriën, schimmels, nematoden en regenwormen.

Hoger water? Minder nematoden en regenwormen, meer bacteriën en schimmels

De resultaten laten zien dat bacteriën en schimmels toenemen bij hogere waterstanden, terwijl nematoden en regenwormen afnemen. Het grondwaterpeil had meer invloed op het bodemleven dan bemesting, hoewel bemesting bij hogere waterstanden wel een sterk negatief effect had. Bij volledige vernatting heeft bemesting een sterk negatief effect op nematoden en regenwormen, en daarmee op de stabiliteit van het bodemvoedselweb. De optimale balans in het bodemleven werd gevonden bij waterstanden van 40 tot 20 cm onder maaiveld.

We voeren nu veldstudies uit om te bevestigen of dergelijke veranderingen ook onder veldomstandigheden optreden.

Over Boeren op Hoog Water

VIPNL doet onderzoek naar de uitvoerbaarheid en haalbaarheid van verschillende maatregelen in veenweidegebieden waaronder vernatting. Dit is één van de oplossingsrichtingen die we onderzoeken om bodemdaling en broeikasgasuitstoot te remmen. Immers: als veen niet meer in contact komt met zuurstof, zal het niet meer afbreken en komt er dus geen CO2 vrij. Wel kunnen onder zeer natte omstandigheden juist de methaanemissies toenemen.

Op de Hoogwaterboerderij van KTC Zegveld onderzoeken we wat een hoger grondwaterpeil van 20 centimeter beneden maaiveld betekent voor een melkveebedrijf. We kijken daarbij wat het effect is op het (economisch perspectief van het) bedrijf, op de waterkwaliteit en de biodiversiteit. Het NOBV onderzoekt wat het effect van een hoge grondwaterstand is op bodemdaling en broeikasgasuitstoot van zowel CO2 als methaan.

Lees in het artikel verder over de resultaten van deze proef.

Onderzoek ‘Boeren op Hoog Water’ met twee jaar verlengd

‘Boeren op Hoog Water’ gaat door! Sinds 2020 onderzoeken we onder deze vlag wat de effecten van een verhoogde grondwaterstand zijn voor een melkveebedrijf in het veenweidengebied. Op de Hoogwaterboerderij van KTC Zegveld worden daarvoor de resultaten van koeien gehouden op een ‘normaal’ grondwaterpeil vergeleken met die van koeien op een hoog grondwaterpeil. Er waren goede redenen om het onderzoek te verlengen na de geplande einddatum van 31 december 2024.

 

Hoger waterpeil nog niet zo eenvoudig

Het lijkt zo eenvoudig. Je verhoogt gewoon de grondwaterstand en onderzoekt wat dat voor gevolgen heeft. Maar het heeft veel voeten in de aarde om het systeem goed te laten werken. We hebben verschillende verbeteringen moeten doorvoeren om de gewenste grondwaterstand te bereiken. Denk aan verbeteringen op het gebied van infiltreren en het regelen van de grondwaterstand. Dat proces duurde al met al enkele jaren. Daarnaast hadden weersverschillen door de jaren heen een grote invloed op de metingen en resultaten. Om goed onderbouwde conclusies te kunnen trekken moeten we data verzamelen van meerdere opeenvolgende jaren waarin de hoge grondwaterstand een feit is. Het ministerie van LVVN en de provincies Zuid-Holland, Noord-Holland en Utrecht hebben daarom ingestemd met een verlenging in 2025 en 2026.

Basis onderzoek blijft hetzelfde

Grofweg worden in de komende jaren dezelfde zaken onderzocht als in de afgelopen jaren. Het doel blijft om de verschillen in beeld te brengen tussen de resultaten van een melkveebedrijf op een hoge grondwaterstand (gemiddeld 20 cm onder het maaiveld), en die op een gangbare grondwaterstand (gemiddeld 60 cm onder het maaiveld). We onderzoeken daartoe de effecten van de verschillende grondwaterstanden op de (draagkracht van de) bodem, de grasproductie, de melkproductie en de eventuele risico’s voor diergezondheid. Ook de gevolgen voor de waterkwaliteit en de biodiversiteit worden onderzocht. Verder blijft het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden (NOBV) de uitstoot van broeikasgassen bij onze percelen onderzoeken, zoals ook al in de eerste fase van dit project gebeurde.

Verder met alleen Holstein-Friesians

Toch wordt de uitvoering van het onderzoek net even anders. In het verleden hadden we Holstein-Friesians en Jersey-koeien op de percelen met een hoge grondwaterstand. Op de percelen met een gangbare grondwaterstand hielden we alleen Holstein-Friesians. Dat deden we om een vergelijking te kunnen maken tussen beide rassen; Jersey koeien zijn lichter dan Holsteins. Maar op basis van de resultaten uit de periode 2020-2024 verwachten we dat een vervolg van die aanpak niet tot wezenlijk nieuwe inzichten zal leiden. Ook maakten de twee verschillende groepen op hoogwaterpercelen het moeilijker om goed inzicht te krijgen in de effecten van een hoge grondwaterstand. Daarom hebben we afscheid genomen van de Jersey-koeien. Er zijn nu twee groepen Holsteins: één bij een regulier en één bij een hoog grondwaterpeil.

Wat is er nu te verwachten?

Boeren op Hoog Water gaan nog twee jaar door met het verzamelen van data. Tegelijkertijd kan het programma al voorzichtig wat conclusies gaan trekken. Daarom leveren we in juni 2025 een tussenrapportage op over de gegevens tot en met 2024 en organiseren we in de tweede helft van het jaar een symposium in samenwerking met het NOBV. Uiteindelijk volgt in juni 2027 de eindrapportage.

Meer weten over de resultaten tot nu toe? Bekijk hier de Voortgangsrapportage BOHW 2023.

De Hoogwaterboerderij met links de ‘laag water groep’ en rechts de ‘hoog water groep’ (foto: KTC Zegveld).

Boeren op hoog water: verhaal van wetenschap en praktijk

Veenweidegebied en hoger grondwaterpeil: ze gaan vaak samen in één zin. Dan wil je weten wat zo’n hoger waterpeil precies oplevert voor bodemdaling. Maar net zo belangrijk: wat het betekent voor de boerenpraktijk. VIPNL zoekt het op de hoogwaterboerderij in Zegveld uit.

Veenoxidatie leidt tot bodemdaling en CO2-emissies. Het is ook in het belang van boeren om daar iets aan te doen, aldus Wim Honkoop. “We kunnen de veengronden niet eeuwig blijven droogpompen als we ze willen behouden voor de landbouw. Onze vraag is: hoe komen we tot een landbouwsysteem met melkvee en zo min mogelijk broeikasgassen? Een hoger grondwaterpeil is eigenlijk de enige maatregel waarvan we nu weten dat het echt werkt.”

Wim Honkoop is betrokken bij de hoogwaterboerderij namens proefboerderij KTC Zegveld. Hier wordt al bijna drie jaar lang onderzoek gedaan naar boeren bij hoog water. Honkoop heeft een belangrijke rol: hij is de brug tussen praktijk en onderzoekers. Nieuwe bedrijfsmodellen moeten immers niet alleen bodemdaling verminderen. Ze moeten ook werkbaar zijn voor de boer.

20 centimeter onder maaiveld

Een hoger waterpeil dus. Maar hoe hoog is hoger? Hier speelt de balans tussen drie broeikasgassen. CO2 komt vrij uit droge veengrond (zuurstofrijk). Methaan komt met name vrij uit natte veengrond (zuurstofarm). Lachgas ontstaat vooral op bemeste gronden met sterk wisselende omstandigheden (o.a. waterpeil). De hoogwaterboerderij werkt daarom met een grondwaterpeil van 20 centimeter onder maaiveld. Dit is het niveau waarin we, tijdens de opzet van het onderzoek, de laagste totale broeikasgasemissies verwachtten. “Of dat inderdaad het beste is voor bodemdaling  en uitstoot, weten we nog niet precies. Dat onderzoeken we ook, in samenwerking met het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden (NOBV).”

Van diergezondheid tot gewaskwaliteit

Het verzamelen van dit soort wetenschappelijke kennis is een heel belangrijk deel van het onderzoek. Maar net zo belangrijk: wat betekent boeren op hoog water in de praktijk? Verandert de diergezondheid? Maakt het verschil of je Holstein-koeien of Jerseys houdt? Verandert de lengte van het weideseizoen? Is er een verschil in gewasopbrengst of -kwaliteit? En wat betekent het voor biodiversiteit? Het wordt allemaal in kaart gebracht.

Zo lang mogelijk meten

Hoewel het onderzoek al bijna drie jaar loopt, is het voor conclusies nog te vroeg. Daarom gaat het onderzoek onder de vlag van VIPNL door. De proefopzet verandert niet. Honkoop: “We willen heel graag verschillen tussen jaren zien. De eerste jaren waren bijvoorbeeld droog. Het voorjaar van 2023 was voor het eerst heel nat. Dat heeft gevolgen: voor het moment dat de koeien naar buiten gaan, dat was dit jaar een week later. En ook voor de gewaskwaliteit in de weidepercelen, die wat minder was.”

Wat Honkoop wel durft te stellen: “Boeren met hoog water kán. Maar daar zitten wel kosten aan: alleen al omdat je een ander watersysteem nodig hebt, wat beheer en onderhoud vraagt. Of dit ooit beleid wordt, is een politieke en maatschappelijke vraag. Wij willen zorgen voor de feiten: zo goed mogelijk in kaart brengen wat het betekent voor de broeikasgassen en de economie van een bedrijf.”

Lees meer over het VIPNL-thema Boeren op hoog water

Webinar Boeren bij een hoog grondwaterpeil

Op 21 november 2022 organiseerde VIPNL in samenwerking met het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden (NOBV) een webinar over Boeren bij een hoog grondwaterpeil.