Veenweidesloot van de Toekomst bij Het Klokhuis

In tv-programma Het Klokhuis laat NMI-onderzoeker Debby van Rotterdam zien hoe sloten weer tot leven kunnen komen. Samen met presentatrice Janouk Kelderman duikt ze (letterlijk) de praktijk in bij Zegveld. Kijk de aflevering van het Klokhuis hier terug (Debby is te vinden vanaf 5:50).

De uitzending laat zien hoe mooi het leven in de sloot is (kijktip: recent verschenen film Sloot!), maar ook dat deze mooie levende sloten niet meer langer vanzelfsprekend zijn in Nederland.

In het VeeST-onderzoek proberen we te begrijpen hoe we de sloten weer vol leven krijgen door het beheer aan te passen. Als een sloot alleen wordt ‘gezien’ als belangrijk voor de aan- en afvoer van water, worden in het najaar alle planten verwijderd. In Het Klokhuis zien we juist hoe mooi oevers worden als het beheer wordt aangepast.

Dit vraagt om anders leren kijken en het herwaarderen van oeverplanten. Deze soorten dragen bovendien bij aan de stabiliteit van de oever. Niets doen is hierbij een belangrijk onderdeel van beheer.

 

Lees meer in de Themasheet VeeST

 

Dynamisch Draadloos Weiden in het nieuws

De aandacht voor weiden met behulp van een GPS-halsband groeit. Vooral vanwege de positieve bijdrage die Dynamisch Draadloos Weiden kan leveren aan biodiversiteit, weidevogelbeheer en waterkwaliteit. Ook als het gaat om vermindering van bodemdaling en uitstoot van broeikasgassen worden de perspectieven onderzocht.

Voor RTV Utrecht, RTL-nieuws en het NOS Jeugdjournaal reden om hier aandacht aan te besteden.

Lees meer in de themasheet Dynamisch Draadloos Weiden.

Virtuele afrastering: kansen beschermen biodiversiteit en efficiënte graslandbenutting

Virtuele afrastering (Virtual Fencing) maakt het mogelijk om grazende dieren met behulp van GPS-halsbanden gekoppeld aan een app, met digitale perceelgrenzen flexibel in ruimte en tijd al dan niet toegang te geven zonder telkens fysieke afrasteringen te verplaatsen. Overigens dienen de buitengrenzen wel fysiek te zijn.
Deze relatief nieuwe techniek krijgt internationaal steeds meer aandacht vanwege de mogelijkheden voor natuurbeheer, beweidingsmanagement en dierenwelzijn.

In een recent essay (doelgroep: biologische veehouders) verkennen onderzoekers van het Louis Bolk Instituut de potentie van virtuele afrastering voor de melkvee- en rundveehouderij.
Een belangrijk voordeel is de flexibiliteit: gebieden kunnen eenvoudig digitaal worden in- of uitgesloten, waardoor kwetsbare natuurwaarden zoals weidevogelnesten, slootranden en natte zones beter beschermd kunnen worden.
Tegelijkertijd maakt de techniek het mogelijk om beweiding nauwkeuriger te sturen en grasland efficiënter te benutten, zonder extra arbeid voor het verplaatsen van fysieke afrasteringen.

Het essay gaat ook in op de vraag hoe deze technologie zich verhoudt tot dierenwelzijn. Op basis van beschikbare internationale en Nederlandse onderzoeksresultaten concluderen de auteurs dat er bij correct gebruik van de huidige systemen geen aanwijzingen zijn voor negatieve effecten op dierenwelzijn ten opzichte van traditionele elektrische afrastering. Tegelijkertijd benadrukken zij het belang van zorgvuldig gebruik en verdere kennisontwikkeling rondom deze technologie.

Volgens de auteurs biedt virtuele afrastering daarmee interessante mogelijkheden voor het beschermen van biodiversiteit in weidepercelen en efficiënte benutting van grasland op melk- en rundveebedrijven.

Het essay beschrijft zowel de kansen als de uitdagingen van deze ontwikkeling en geeft inzicht in de rol die deze technologie in de toekomst van begrazing kan spelen.
Lees het volledige essay hier: Potential virtual fence in organic dairy cattle

Deze koeien staan op hoog water, maar krijgen geen natte voeten

Redacteur: Rose Heijnen / RTV Utrecht

Op het eerste gezicht ziet het eruit als een normale boerderij met weilanden en koeien, maar dat is het niet. In Zegveld staat een zogenoemde proefboerderij.
Met koeien op hoog water. Jasper van Beek is boer én onderzoeker. Zijn 130 koeien doen mee aan allerlei experimenten. Het doel? “Kijken hoe we de agrarische sector duurzamer kunnen maken.”
De boerderij staat met een reden in het Groene Hart. In die regio, waar de bodem bestaat uit veen, zorgen koeien voor extra veel CO₂-uitstoot.

Boer én onderzoeker Jasper Beek is enthousiast over zijn koeien op hoog water:
Kijk de video hier: koeien op hoog water, maar geen natte voeten

Hoe kan dat? Om het gras goed te laten groeien, hebben boeren het liefst een lage waterstand. Maar, door die lage waterstand droogt de veenbodem uit.
Dat zorgt voor veel CO₂-uitstoot. En niet alleen dat, het veroorzaakt ook bodemdaling, wat weer slecht is voor gebouwen. Heel wat huizen zakken erdoor weg in de omgeving.
Beek: “En waterschappen zijn daar ook niet blij mee, want hoe lager het land, hoe meer water ze moeten wegpompen zodat het niet overstroomt hier.”

Koeien in het water

In Zegveld wordt geëxperimenteerd met een hogere grondwaterstand, 30-centimeter onder het maaiveld. Bij de meeste boeren is dat al gauw het dubbele.
Volgens Beek heeft het hogere waterpeil weinig gevolgen voor het gras. “We hebben hier nu twee jaar onderzoek gedaan, maar tot op heden valt het mee hoe de grasopbrengst en -kwaliteit verandert.”
Ook de koeien geven evenveel melk.

Wat wel verandert is de ‘draagkracht’ van het land. Die is iets slapper, waardoor de koeien iets later het land op kunnen in het voorjaar, en weer iets eerder vanaf moeten in de herfst,

KTC Zegveld werkt met Groningse Blaarkoppen© RTV Utrecht

Geen negatieve gevolgen

Om de resultaten goed te kunnen vergelijken, heeft Beek ook weilanden waar het water lager staat. Op alle stukjes laat hij koeien grazen, en meet hij regelmatig de grashoogte. De komende vijf jaar blijft de onderzoeksboerderij dit meten. Uiteindelijk hoopt Beek dat zijn resultaten ervoor zorgen dat andere boeren ook met een hoger waterpeil durven te werken. Maar daar moet nog wel wat voor gebeuren. “Kijk, we meten geen negatieve gevolgen, maar ook geen positieve, in de zin dat het extra geld oplevert voor de boer. Terwijl zo’n waterinfiltratiesysteem dat je hiervoor nodig hebt, veel geld kost.” Een boer verdient zijn investering dus niet snel terug. Voor de aanschaf zijn wel subsidies, maar ook na de aanleg kost het systeem onderhoud tijd en geld. “Wij willen onderzoeken hoe we er toch voor kunnen zorgen dat boeren op een hoger waterpeil goed kunnen blijven boeren.”

Lisdoddeproductie optimaliseren: soort en waterbeheer

Lisdoddeteelt kan bijdragen aan veenbehoud en is interessant als natuurlijk bouwmateriaal. Een hoge opbrengst is nodig voor teeltrendement.
Om de effecten van peilfluctuatie en bemesting via slootwater op grote en kleine lisdodde beter te begrijpen is een proef opgezet. Een constant waterpeil gaf een hogere opbrengst. De hoeveelheid nutriënten uit slootwater had amper een effect op de groei.

Natte teelten op veen, zoals grote en kleine lisdodde, kunnen bijdragen aan het verminderen van bodemdaling en aan veenbehoud. Lisdodde is een interessant gewas voor biobased isolatie- of plaatmateriaal, maar om lisdoddeteelt economisch rendabel te maken zijn relatief hoge droge stofopbrengsten per hectare nodig. Ongewenste effecten zoals methaanemissies moeten daarbij beperkt worden.
Dit vereist kennis over de effecten van waterpeilbeheer en nutriëntentoevoer op de groei van lisdodde. In het kader van het project VIPNL natte teelten is hier onderzoek naar gedaan.

Het artikel wat in V-focus heeft gestaan is hier te lezen: Lisdoddeproductie optimaliseren

Pilot boeren: ‘Stimuleer biobased bouwen’

Zien boeren toekomst in natte teelten? Veldpost zocht het uit met een artikel op 18 november 2024. Melkveehouders Joost Samsom uit Wilnis en Wilko Kemp uit Kortenhoef nemen deel aan een pilotproject waarin ze experimenteren met gewassen die goed gedijen bij een hoge grondwaterstand, zoals lisdodde en cranberries.

De boeren zien potentie in natte teelten als een manier om bodemdaling en CO2-uitstoot te verminderen, terwijl ze tegelijkertijd nieuwe verdienmodellen kunnen ontwikkelen. De teelten kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden als grondstof voor biobased bouwmaterialen zoals isolatie en plaatmateriaal. Dit sluit aan bij de toenemende vraag naar duurzame bouwoplossingen.

Toch zijn er uitdagingen. De opbrengsten per hectare zijn nog onzeker en er is geen stabiele afzetmarkt voor de gewassen. Daarnaast vraagt de omschakeling naar natte teelten om een andere manier van landbouw bedrijven, wat niet zonder risico’s is. Volgens de boeren en andere betrokkenen is structurele ondersteuning nodig, zowel financieel als beleidsmatig, om deze vorm van landbouw op grotere schaal rendabel te maken.

Om natte teelten economisch levensvatbaar te maken, is het cruciaal dat de markt voor deze gewassen zich verder ontwikkelt. Stimulering van biobased bouwen kan hierin een sleutelrol spelen. Daarnaast is er behoefte aan langetermijnbeleid en subsidies om boeren te helpen bij de omschakeling.

Het hele artikel leest u hier (voor abonnees)

Kennis natte teelten groeit, opschaling nu nog lastig

Veldpost sprak met programmacoördinator Roel van Gerwen over de ervaring die inmiddels is opgedaan met natte teelten, maar er valt ook nog veel te onderzoeken.

In het artikel wordt de huidige stand van zaken en uitdagingen rondom natte teelten in de Nederlandse veenweidegebieden besproken. Het Veenweiden Innovatie Programma Nederland (VIPNL) voert momenteel veertien pilotprojecten uit in provincies zoals Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Friesland. Deze projecten richten zich op gewassen als lisdodde, riet en wilg. Met als doel CO₂-uitstoot en bodemdaling tegen te gaan.

De ervaringen en uitdagingen:

  • Lisdodde: Deze teelt vereist een verhoogd waterpeil en kent uitdagingen bij het zaaien of planten. Planten is duurder, terwijl zaaien technisch complexer is. De oogst vraagt om speciale machines die geschikt zijn voor zeer natte omstandigheden. Hoewel lisdodde effectief CO₂ kan opslaan, is een nauwkeurige waterpeilbeheersing cruciaal om de uitstoot van andere broeikasgassen, zoals methaan en lachgas, te voorkomen.
  • Riet: Van nature komt riet niet voor in veenweidepercelen, maar in buitendijkse gebieden. Het gewas heeft weinig nutriënten nodig en kan jarenlang zonder bemesting groeien. Voor een rendabele productie met hoge opbrengsten per hectare kan echter bemesting nodig zijn, wat mogelijk conflicteert met natuurdoelen.

Hoewel de kennis over natte teelten toeneemt, zijn er nog diverse obstakels voor grootschalige implementatie. De huidige initiatieven zijn kleinschalig, zowel in teelt als in verwerking en afzet. Er is behoefte aan een goed functionerende keten, van productie tot markt, om natte teelten economisch rendabel te maken. Daarnaast is verder onderzoek nodig naar de effecten op waterkwaliteit en biodiversiteit.

Natte teelten bieden potentieel voor duurzame landbouw in veenweidegebieden door CO₂-uitstoot en bodemdaling te verminderen. Echter, voor grootschalige toepassing zijn verdere ontwikkeling van teelttechnieken, marktstructuren en ketensamenwerking essentieel. Zonder een solide verdienmodel en een goed functionerende keten zullen natte teelten beperkt blijven tot kleinschalige projecten

Het hele artikel leest u hier (voor abonnees)

VPRO Tegenlicht: Greed is green

Wat gebeurt er als klimaat en natuur beleggingsobjecten worden? Tegenlicht verkent de groei van groen kapitaal en onderzoekt wat dit betekent voor de economie van de toekomst.

We verdienen miljarden door de natuur uit te putten, maar geld verdienen aan het beschermen van natuur is nog moeilijk. Wanneer we denken aan de financiële wereld, denken we al gauw aan Wall Street of de Zuidas. Maar waarom denken we bij investeren niet aan de natuur en onze biodiversiteit?

Omdat de natuur schaars wordt, stijgt haar waarde. Je kunt nu al investeren in zaken zoals emissierechten, bossen en zelfs neushoorns. Ook zijn er verzekeringen voor koraalriffen en groene obligaties. Wat gebeurt er als we de natuur een prijs geven? Wordt het milieu niet langer een kwestie van ethiek, maar ook van rendement?

Tegenlicht verkent de groei van groen kapitaal en volgt verschillende pioniers en hoofdrolspelers.

Bekijk de aflevering hier: VPRO Tegenlicht: Greed is green

VIPNL rekentool geeft financieel inzicht in ‘natte teelten’

VIPNL rekentool geeft financieel inzicht in ‘natte teelten’

Het nationale Veenweide Innovatie Programma – VIPNL – heeft een rekentool gepubliceerd dat inzicht geeft in de kosten en baten van teelten die plaatsvinden bij hoge grondwaterstanden (natte teelten) in het veenweidegebied. Deze natte teelten, zoals bijvoorbeeld lisdodde, kunnen mogelijk en onder voorwaarden een economische drager vormen in veenweidegebieden. De tool berekent het saldo dat overblijft nadat alle kosten die zijn verbonden aan de teelt en de oogst zijn afgetrokken van de baten. Deze baten bestaan uit verkoop van het gewas als grondstof voor bijvoorbeeld bouwmaterialen. Ook kunnen inkomsten afkomstig zijn van de verkoop van carbon-credits.

Natte teelten in veengebieden 

Om bodemdaling en de uitstoot van broeikasgassen in veenweidegebieden te beperken, wordt op verschillende plekken in Nederland onder de vlag van VIPNL gewerkt aan oplossingen. Een van die oplossingen zijn natte teelten. Om dat te kunnen doen, is het noodzakelijk om te weten wat de financiële perspectieven hiervan zijn.

Op verschillende plekken in Nederland worden al natte teelten toegepast. Dit gebeurt onder andere in Noord-Holland, Utrecht, Zuid-Holland en Friesland. De schaal van deze teelten is in Nederland op dit moment nog beperkt tot tien pilots van maximaal 5 tot 10 hectare. Er wordt nog niet op grote schaal geteeld omdat er nog vragen en onzekerheden zijn verbonden aan de teelt en de afzetmarkt, en dus aan de economische haalbaarheid. Binnen VIPNL wordt fysiek in teeltlocaties gewerkt aan het beantwoorden van die vragen en het beperken van onzekerheden.

Tool voor saldoberekening 

De VIPNL rekentool maakt inzichtelijk in welke situaties en onder welke omstandigheden en voorwaarden de teelt van natte vezelgewassen rendabel is. Elke gebruiker kan diverse variabelen in de tool aanpassen naar gelang de specifieke omstandigheden waaronder de natte teelt wordt toegepast. Bovendien wordt op basis van deze tool bekeken welk extra onderzoek en welke innovatie nog nodig is om het saldo van deze teelten te verbeteren. De rekentool is ontwikkeld met behulp van onderzoeksgegevens die zijn verkregen uit onder meer onderzoek naar natte teelten binnen VIPNL.

Scenario’s

Om inzicht te krijgen in het perspectief van natte teelten is het waardevol om voor verschillende scenario’s saldoberekeningen uit te voeren. Uit de saldoberekening blijkt lisdoddeteelt rendabel te zijn in een scenario met een relatief hoge gewasproductie (bij hoogwaardige toepassing (bijvoorbeeld als bouw- of isolatiemateriaal), wanneer inkomsten uit carbon credits worden meegenomen (zowel voor vermeden CO2-emissie uit veengrond als voor koolstof vastgelegd in de planten) en wanneer er geen inrichtingskosten zijn. In scenario’s met een hoge bijdrage van de teler aan inrichtingskosten of zonder toerekening van carbon credits voor CO2-opslag in bouwmateriaal kan het saldo negatief worden.

VIPNL 

VIPNL heeft als doel te komen tot de ontwikkeling van duurzame en opschaalbare vormen van landgebruik waaronder natte teelten, die toch een rendabele exploitatie mogelijk maken. Op de korte termijn richt VIPNL zich op praktische maatregelen. Op de lange termijn beoogt VIPNL-innovaties in landgebruik. De combinatie van korte termijn- en lange termijndoelen moet ertoe leiden dat de perspectieven van de Regionale Veenweide Strategieën gerealiseerd worden. Meer informatie over VIPNL is te vinden op www.vip-nl.nl. Onder de themasheet natte teelten is meer informatie over het onderzoeks- en innovatieprogramma natte teelten te vinden.

Je kunt de rekentool hier downloaden: Themasheet Natte teelten

Rekenmodel geeft Friese boeren inzicht én compensatie bij hoger waterpeil

Minder gewasopbrengst en minder melk, percelen die moeilijker begaanbaar zijn, waardedaling van de grond: als het waterpeil in veenweidegebieden omhoog gaat, kan dat leiden tot schade voor boeren. Om hen voor die schade te compenseren, heeft de provincie Friesland een rekenmodel gemaakt: de Compensatie Systematiek Veenweiden (CSV). Dit rekenmodel geeft melkveehouders op voorhand inzicht in de verwachte schade en de keuzes die zij kunnen maken.

In het klimaatakkoord van 2019 is afgesproken dat veenweidegebieden in 2030 1 Mton CO2 (equivalenten) minder uitstoten. Daarbij is ook afgesproken dat rekening wordt gehouden met het duurzaam economisch bedrijfsperspectief en de (financiële) consequenties voor boeren.

Schadeloos stellen bij peilverhoging

De Provincie Fryslân heeft daarop drie jaar lang gewerkt aan een compensatiesystematiek. Deze Compensatie Systematiek Veenweiden (CSV) gaat uit van een waterpeilverhoging tot een grondwaterstand van 40 cm onder maaiveld in de Friese veenweidegebieden. (Nu ligt het waterpeil vaak 60 tot 80 cm onder maaiveld of meer.) De bedoeling van de CSV is het schadeloos stellen van boeren. De melkveehouder mag er dus niet op achteruit gaan, afgezien van een eigen normaal maatschappelijk risico van 2%. De schade wordt gecompenseerd met grond en anders met geld. In totaal gaat het om zo’n driehonderd melkveehouderijen en 28.000 hectare veenweidegrond.

Inzicht in keuzes

Aan een waterpeilverhoging gaat een integraal gebiedsplan vooraf. De CSV berekent daarbij de schade voor melkveehouders, de grondcompensatie, de kwaliteit van beschikbare ruilgrond en verschillende scenario’s (gevolgen voor ruwvoerkwaliteit, melkopbrengst, GLB-vergoeding, etc.). Een melkveehouder krijgt zo op voorhand inzicht in de verschillende keuzes die hij kan maken.

De overeenkomsten voor peilverhoging in combinatie met de CSV worden minnelijk (vrijwillig) afgesloten. De regeling is zo ontworpen dat de verwachting is dat er gewerkt kan worden met een minnelijk proces, mocht een enkeling het totale gebiedsplan blokkeren kan gebruik gemaakt worden van de voormalige Wet inrichting landelijk gebied (WILG, inmiddels Omgevingswet).

Goedkeuring vanuit Brussel

De CSV wordt voorgelegd in Brussel, om zeker te weten dat deze compensatie niet gezien wordt als ongeoorloofde staatssteun. Goedkeuring wordt in 2025 verwacht.

Daarnaast zal worden onderzocht of de systematiek van de CSV ook werkt in West-Nederland.

Lees meer over de regeling op veenweiddefryslan.frl