Nieuw thema Weide en Water
Wat betekent vernatten voor de landbouwpraktijk?
Vernatten heeft gevolgen voor de uitstoot van broeikasgassen maar natuurlijk ook voor de bedrijfsvoering van melkveehouders. In het nieuwe thema Weide en Water wil VIPNL graag in kaart gaan brengen hoe draagkracht van de bodem en grasgroei veranderen als de grondwaterstand omhoog gaat. Betere kennis van deze processen kan uiteindelijk ook de berekeningen voor compensatie nauwkeuriger maken.
We willen graag beter begrijpen wat het effect is van het verhogen van de grondwaterstand: hoe werkt dat door in bodemvocht en in draagkracht van de bodem? En hoe verandert de grasgroei? Deze vragen zijn niet nieuw. Deze veranderingen worden al gedeeltelijk sinds 2020 gemeten op de hoogwaterboerderij in Zegveld. Maar we weten ook dat de resultaten anders zijn bij verschillende veenbodems. Daarom gaan we dat onderzoek nu uitbreiden naar andere locaties om de processen in verschillende veenbodems veel beter te begrijpen.
Verschillen tussen locaties in beeld
Afgelopen zomer hebben we acht verschillende locaties door heel het veenweidegebied van Nederland geselecteerd. De graslandpercelen op deze melkveebedrijven liggen op verschillende veentypes en op alle bedrijven wordt beweiding toegepast, zodat we ook het verschil tussen maaien en weiden mee kunnen nemen. Op elk van die locaties meten we op een perceel met een relatief hoge en een lage grondwaterstand.
Op alle verschillende locaties verwachten we een andere dynamiek in de bodem. We willen graag begrijpen wat dat betekent voor de draagkracht en de grasgroei.
Veranderingen door het seizoen heen
Het voor- en najaar zijn belangrijke momenten om te meten. In het najaar willen we graag weten wanneer de bodem te nat wordt, in het voorjaar wanneer het droog genoeg is voor een boer om aan het werk te gaan. We hebben twee typen metingen: de seizoensmetingen en de detailmetingen. De seizoensmetingen vinden in het voorjaar en najaar plaats om de twee weken. Dat is nodig om beter in beeld te krijgen hoe factoren, zoals weer, de bodem beïnvloeden. Onderzoeker Nyncke Hoekstra (Louis Bolk Instituut): “Op het moment dat het gaat regenen, wordt de bodem natter. Maar hoe lang duurt het dan voordat de draagkracht ook achteruitgaat? Als je uit een droge periode komt, dan kan de grond best nat zijn terwijl de draagkracht eigenlijk nog best goed blijft. Dat is heel anders in het voorjaar, als de grond al helemaal slap is. Bij eenzelfde bodemvochtgehalte kan de draagkracht dus verschillen. Daarom is het heel belangrijk om in verschillende seizoenen en onder verschillende weersomstandigheden inzicht te krijgen in de verbanden.”
De detailmetingen zijn gericht op precies het overgangsmoment van ‘voldoende naar onvoldoende draagkracht’ en visa versa in het voorjaar. Dat moment treedt vaak op in een tijdsbestek van enkele dagen. Met deze metingen willen we precies begrijpen welke factoren van invloed zijn op de draagkracht.
De werkelijke gevolgen voor de boer
De onderzoekers willen ook graag weten hoe boeren omgaan met de veranderingen in draagkracht. Gaan ze hun koeien minder weiden? Gebruiken ze een lichtere machine, of kan dat helemaal niet omdat de loonwerker die niet beschikbaar heeft? Die informatie wordt bij boeren en loonwerkers opgehaald.
Dit is relevant om te begrijpen tot welke schade vernattingsmaatregelen leiden. Uiteindelijk wordt alle informatie gebruikt om compensatiemodellen beter en locatiespecifieker te maken. Beleidsmakers kunnen boeren dan veel eerlijker compenseren voor het uitvoeren van vernattingsmaatregelen.
Meer informatie leest u in de Themasheet Weide en Water.


